Koppelingen:
Vorig artikel: AFLEIDKUNDIG Volgend artikel: AFLEKEN

AFLEIDSEL

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: afleidsel

znw. onz., mv. -leidsels. Van Afleiden, in de bet. van (nieuwe woorden) vormen (II, 2, c), met het achterv. -sel in den zin van gewrocht. In de taalkunde.
Een door afleiding gevormd woord; ook Afgeleid woord of Afleiding genoemd (zie AFLEIDEN, II, 2, c, en AFLEIDING, III, 2), van welk laatste afleidsel alleen in zooverre verschilt, dat het gemeenzamer uitdrukking is en altijd gezegd wordt van een werkelijk bestaand woord, terwijl afleiding ook van een denkbeeldig of verdicht woord gezegd kan worden. Verg. bij -SEL.
Zijn dat (de substantieven het hooren, het spreken) ook geen afleidsels van de werkwoorden hooren, spreken …?   LULOFS, Woordafleidk. 30 .
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1869.