Koppelingen:
Supplement
Vorig artikel: AFSTUIT Volgend artikel: AFSTUIVEN

AFSTUITEN

Woordsoort: ww.(intr.,trans.,zw.)

Modern lemma: afstuiten

onz. en bedr. zw. ww., met zijn en hebben: stuitte af, is en heeft afgestuit. Uit Stuiten en Af in den zin van verwijdering (30, a).
+I.  Onzijdig, met zijn.
+II.  Bedrijvend, met hebben.
Afl. (in de bet. onz. I). Afstuit (zie ald.), afstuiting.

Supplement bij AFSTUITEN

—  Afl. Afstuiting, zie Dl. XVI, 306, en de volg. aanh.
Twee dingen zijn 't die ons gesight gedurig oefenen, de weerstuit en d' afstuitinge der stralen van het Licht,   BEKKER, Betov. W. 4, 17 [1693].
Samenst. Afstuithoek, hoek van terugkaatsing.
Alle afstuithoek is gelijk met de raakhoek,   V. YK, Scheepsb. 356 [1697].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1875.