Koppelingen:
Supplement
Vorig artikel: AMEUBLEMENT Volgend artikel: AMFOOR
Etymologie: EWN

AMFIOEN

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: amfioen

znw. vr.; zonder mv., als collectieve stofnaam.
De in Oost-Indië gebruikelijke benaming van het heulsap, dat in Europa Opium heet. Opium en amfioen zijn twee verschillende vormen van hetzelfde woord. Uit gr. πιον, verkl. van πς, sap, plantensap, ontstond lat. opium, dat in Europa algemeen in gebruik kwam. Doch in het Oosten nam πιον een anderen vorm aan: de Perzen maakten er afjoen van, de Arabieren afioen, de Maleiers en Javanen, die de f niet kunnen uitspreken, apioen of apjoen. Amfioen is ontleend aan den Arabischen vorm, met de — in 't Oosten gewone — inlassching van n of m, en werd door de volkeren, die op Indië voeren, overgenomen: vanwaar bij de Portugeezen, nevens opio, de bijvorm anfiaõ, bij de Spanjaarden opio en anfion, bij ons opium en amfioen. Die vorm is in onze taal al zeer oud, zoo oud als de vaart naar Indië zelve. Reeds door LINSCHOOTEN wordt het heulsap amphion genoemd, en evenzoo bij andere oude reisbeschrijvers (VETH in Gids, 1867, I, 429). Thans is het bij de Europeanen in den Indischen Archipel het gewone woord, dat ook in de administratieve taal van Ned.-Indië altijd wordt gebezigd. De inlanders zeggen apioen alleen van het opium in ruwen staat, zooals het in den groothandel komt: het gezuiverde en bereide noemen zij tjandoe of madat.
Wat het geslacht betreft, men vindt het woord eertijds manlijk gebruikt, om den vorm, bij vergelijking met andere woorden op -oen; of wel onz., als stofnaam. Thans wordt het op Java vrouwelijk gebezigd, en ook daar is reden voor. Verg. b.v. het katoen, als stof, en de katoen als handelswaar, en evenzoo het opium en de opium, die beide in gebruik zijn.
Amfioen of opium, het ingedroogde en toebereide melksap van de slaapwekkende Maankop (Papaver somniferum L.), is vooral bekend als slaapwekkend, verdoovend en bedwelmend middel, dat in het Oosten, als lichaam en ziel bedervend vergif, zulke heillooze gevolgen heeft.
Om dat hy door het moetwillig nuttigen van den Amphyoen, oft Opium, … dolsinnigh en droncken zijnde geworden, Amock geroepen hadde,   SCHOUTEN, Voyagie 1, 27 [1676].
Dewijl sy door 't gulsigh inslocken des Amphioens de woedende leeuwen en tygers komen gelijck te zijn,   2, 152 .
Het spel is iets laags, iets gemeens …, iets, hetwelk den geest afstompt en verdierlijkt, even als de drank en de amfioen,   KNEPPELH. 4, 43 [1845].
Van amfioen en sorbet dronken, Naast de Odaliske in slaap gezonken.   V. D. HOOP, Ged. 4, 207 .
—  Amfioen schuiven, opium rooken uit eene daartoe ingerichte pijp.
Op de kleine opening van den kop wordt de opiumpil geplaatst en daarna aan de lamp gebracht, terwijl de rooker het open einde der bamboebuis in den mond neemt, en met tien a twaalf krachtige halen, die van een sissend of sijfelend geluid vergezeld gaan — vanwaar de benaming ”amfioen schuiven”, — den rook inzuigt enz.,   VETH, Java, 1, 622 .
Samenst. Amfioenbelasting, amfioenhandel, amfioenkist (de kist waarin het opium geborgen wordt)
amfioenkit, vr., ook amfioenkeet, vr., klein, smerig gebouwtje, doorgaans van bamboe, waarin de geringe inlanders hun opium komen rooken (”Ik vergeet niet licht den indruk, dien het gezicht van een amfioenkit op mij maakte”, V. REES, Herinn. 1, 243 ; verg. VETH, Java, 1, 619, MULTATULI, Max Havelaar 1, 166 [1860])
amfioenpacht (”de voorwaarden der amfioenpacht op Java”, MULTATULI, Max Havelaar 1, 165 [1860]), amfioenpachter, amfioenpijp, amfioenpil, amfioenrooker, amfioenschuiver (verg. boven), amfioenschuiven, enz.

Supplement bij AMFIOEN

—  Thans niet meer in gebruik.
Het Amfion wert gemaeckt vande slaep-bollen, ende is de Gom die daer uyt vloeyt,   V. LINSCHOTEN, Itiner. 98 a [1596].
Het costelijcke cruyt Dacha, daer se bedwelmt van worden in de hersenen, als van amphioen, ginje enz.,   V. RIEBEECK, Dagverh. 3, 401 [1660].
—  Amfioen schuiven; zie ook Dl. XIV, 1181.
Samenst. afl. Amfioeneter.
  WEYERMAN, Rott. Hermes 52 [1720].
Amfioensluiker.
  N.-I. Plakaatb. 5, 278 [1745].
Amfioensmokkelaar.
Blanke amfioensmokkelaars en convooi-oplichters,   KALFF, Oud en Nieuw O.-I. 131 [1894].
Samenst. Amfioendirectie.
Zal de verkogte amfioen door de administrateurs der amfioendirectie … direct uit het amfioen-pakhuis moeten worden afgeleeverd,   N.-I. Plakaatb. 13, 96 [1800].
Amfioenhandel.
De jongst aengelegde Societeyt in den Amphioen Handel,   Batav. Nouvelles n° 42 [1745].
Amfioenkit; zie ook Dl. VII, 3175, en een iets ouder voorb. N.-I. Plakaatb. 10, 294 [1778].
Amfioenkraampje.
  N.-I. Plakaatb. 6, 180 [1752].
Amfioenpakhuis.
De administrateurs in het amphioen-pakhuis,   N.-I. Plakaatb. 14, 416 [1807].
Amfioensluikerij.
  N.-I. Plakaatb. 5, 525 [1747].
Amfioensociëteit.
  N.-I. Plakaatb. 5, 329 [1746].
Het octroy voor de amphioen-societeit,   11, 644 [1794].
Amfioenwarong.
Alle zogenaamde madat-kitten of amphioen-warongs en dobbel-kitten,   N.-I. Plakaatb. 12, 132 [1795].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1889.