Koppelingen:
Supplement
Vorig artikel: AMSTERDAMSCH Volgend artikel: AMUSABEL

AMULET

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: amulet

(klemt. op -let), znw. vr., mv. amuletten; verkl. amuletje, mv. -jes. Van fr. amulette, uit lat. amuletum.
Een voorwerp van steen, metaal of andere stof, waarop zekere figuren of letterteekenen gesneden zijn, of waarop eene spreuk gegrift is, en dat men uit bijgeloof om den hals of op andere wijze bij zich draagt, om zich tegen ziekte, verwonding, betoovering en verdere ongevallen te beveiligen. Niet alleen gewoon bij volkeren van den Mohammedaanschen godsdienst, maar reeds in de classieke oudheid bekend en nog heden ook bij Romaansche natiën veelvuldig in gebruik.
Door hulp van kruiden of dranken, van talismans of amuletten, van rijmspreuken of bezweringen,   V. LENNEP, Rom. 14, 272 [1859].
Buitendien draagt men amuletten of talismans, waartoe kleine exemplaren van den Koran dienen, of daartoe aangewezene stukken uit den Koran,   DOZY, Islam. 340 .
Ik heb menschen gekend, … die alle positieve godsdiensten zeer streng afkeurden, en die toch met amuletten als 't ware bedekt waren,   Aanh. ald. 319 .
Nu kan men aan haar zijde een fraai juweel bespeuren, Waarop des Koorsis tekst gegrift is, de amulet Van hare moeder, met smaragden rijk omzet,   V. LENNEP, Poët. 6, 126 [1826].
Een amulet, die, als azuur Gekleurd in loutrend hemelvuur, Den grooten naam van Solomon Op 't heilig zegel dragen kon,   TEN KATE 1, 337 [1838].
Etym. Men verklaart amulet veelal uit arab. hamâïl, een draagband, een koord dat men om den hals draagt, ook gebezigd in den zin van talisman, t.w. ”een met Koranspreuken of tooverformulieren beschreven papier, dat met een koord aan den hals gedragen wordt.” Zie vooral DOZY, Oosterl. 13 vlg. Deze uitlegging kan echter de ware niet zijn. Vooreerst zou zich bij deze afleiding de u in fr. amulette niet laten verklaren. Maar zij wordt daarenboven afdoende weersproken door het feit, dat reeds het oude Latijn amuletum kende, waaruit fr. amulette is voortgevloeid. Het woord komt meermalen bij PLINIUS voor, en wel in den ruimeren zin van beveiligings- of voorbehoedmiddel tegen verschillende kwalen. De oorsprong van het Latijnsche woord is niet bekend, maar in elk geval kan een zoo oude term niet uit het Arabisch zijn afgeleid. Onze kennis reikt niet verder, dan dat amulet aan fr. amulette, en dit laatste aan lat. amuletum ontleend is.

Supplement bij AMULET

—  Zie voor de etymologie nader KLUGE¹¹; amuletties in de tweede aanh. is misschien gevormd door bijgedachte aan fetisch.
De amuleten, of tovermiddelen ter voorbehoeding, zijn bij de Groenlanders zoo talrijk, als belagchelijk,   STUART, De Mensch 4, 42 [1805].
”Moertjen!” zei je, ”'k ga naar zee, Geef me een amuletties meê!”   POTGIETER 12, 16 [1840].
Velen willen het woord amulet beperken tot het begrip afweermiddel, en onder talisman een betooveringsmiddel verstaan,   OBBINK, Godsdienstw. 7 [1920].
Dat de sieraden in het algemeen oorspronkelijk de strekking hebben gehad, om den drager als fetisj, amulet of talisman te dienen om gevaarlijke invloeden te keeren,   PORTENGEN, Prim. Cult. 121 [1928].
Samenst. Amulettenwezen.
Het amulettenwezen ontwikkelt zich in de wereld van het z.g.n. pre-animisme, waarbij alles wordt gedacht als met een magische kracht bezield,   OBBINK, Godsdienstw. 7 [1920].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1889.