Koppelingen:
Aanvulling
Vorig artikel: BEGRINDEN Volgend artikel: BEGRIPSMATIG
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

BEGRIP

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: begrip

znw. onz.; het mv. begrippen is gevormd naar analogie van den vorm van het enkelv. Immers mnl. begrip heeft als verbogen vorm begrepe (zie VERDAM 1, 712), en het woord heeft in zijn stam dus slechts eene enkele p; begrip is een der stamvormen van Begrijpen en wordt ongeveer op dezelfde wijze gebruikt als Begrijp: in het Mnl. zijn de twee woorden soms moeilijk van elkander te onderscheiden. Verg. mhd. begrif (LEXER 1, 147); nhd. begriff.
A.  Begrijpen in de bet. A, 6). Ontwerp; thans verouderd.
In het begrip van 't werk had (hy) bespeurt dat hy niet wel zou kunnen ontgaen het behandelen eeniger punten den Godtsdienst betreffende,   D. V. HOOGSTRATEN, Lev. v. Antonides ****** 3 r° [1714].
+B.  Begrijpen in de bet. B).
Afl. Begrippeloos, zonder heldere voorstelling (”Wat snel of onbewaant voor 't ooghe komt op-dond'ren, Dat baart stracks in het hert 'tbegrippeloos verwond'ren”, BREDERO 1, 57 [1611])
misbegrip (”Zij (de wederdoopers) beleden … eene leer, vol van grove misbegrippen”, YPEIJ en DERMOUT, Gesch. d. Ned. Herv. Kerk 1, 123 )
wanbegrip (zie ald.).
Samenstl. Begripsbepaling (”De begripsbepaling van Justitia en van Ususfructus”, BEETS, C.O. 41 [1839])
begripsonderscheiding (”Bij den edelen denker van Aquino vindt ge scherpzinnige begripsonderscheidingen tusschen ars en virtus, ars en prudentia”, KUYPER, Calvin. en Kunst 8 )
begripsovergang, de overgang van het eene begrip in het andere, b.v. bij begrippen die de verschillende beteekenissen van een woord uitmaken
begripsverwarring (”Geen … valsche sluitreden, of begripsverwarring te laten doorsluipen”, VISSERING, Herinn. 3, 165; ”Dit heeft eenigen tot de niet geheel onverklaarbare begripsverwarring geleid, dat” enz., 3, 376 )
begripsuitkeur, door HOOFT gebruikt in den zin van: het bepalen van het begrip, van de beteekenis van iets (”Zy (zekere brieven) waaren … meestendeels in syffer geschreeven, welx begripuitkeur van schrandre geesten, ook byster hooftbreeken … vereyscht”, HOOFT, N.H. 523 [1642]).
— Als tweede lid. Dwaalbegrip, hoofdbegrip, soortbegrip (zie die woorden).
— Dichterlijk. Huisbegrip, omvang, grootte van iemands huis (”Kan een ruim palaijs meerder gemacks in brengen Als maetlijcks huis begrip, soo wenscht ick rijckdoom wel”, HOOFT, Ged. 1, 36 [1603]).

Aanvulling bij BEGRIP

Afl. Begrippelijk.
Begrippelijk, van den aard van een begrip; uit begrippen bestaande,   V. DALE [1950 ].
— Soms pogen … moderne dichters het woord gansch aan zijn beteekenis als begrippelijk teeken te ontheffen en het, tot op de uiterste grenzen van het mogelijke, los te rukken van zijn significatieve functie,   WESTERLINCK, Geh. d. Poëzie 24 [1946].
Begrippelijke voorstellingen,   V. DALE [1950 ].
Vandaar: begrippelijkheid.
Het is voldoende slechts één oogenblik bij de strophe van Hadewych te verwijlen om te beseffen dat haar zin niet louter tot het verstand spreekt, dat de zin van de zuivere en werkelijk-groote dichterlijke uitspraak de begrippelijkheid van het woord verre overstijgt,   WESTERLINCK, Geh. d. Poëzie 21 [1946].
Samenst. Begrippenapparaat, geheel van begrippen die in een bepaalde wetenschap worden gebruikt.
De socioloog (dient) de sociograaf met zijn begrippenapparaat en zijn theorieën, die kunnen prikkelen tot sociografisch onderzoek,   KUIPER in Soc. Leven 644 [1954].
Begripsassociatie.
Begripsassociatie, onwillekeurige verbinding in de geest van voorstellingen die iets gemeen hebben,   V. DALE [1950 ].
— Dit geldt … voor de logika, in de zin van leer der begripsassociaties, die door Aristoteles … voor het eerst op konsekwente en systematische wijze werd geformaliseerd en geaxiomatiseerd,   MANNOURY, Signifika 1, 80 [1947].
Begripsinhoud.
  V. DALE [1976].
— Die begripsinhoud (van lat. canere) blijft nog voortleven, zelfs tot in een ruim deel der XVIe eeuw,   V.D. MUEREN, Orgel i.d. Ned. 26 [1931].
In den beginne is het aantal semantische direkte Christianismen, waar dus aan een bestaand woord een eigen, speciale begripsinhoud gegeven wordt, grooter dan het aantal nieuwvormingen,   MOHRMANN, Oudchr. Latijn 7 [1938].
Begripsmatig (zie ald.).
Begripsomschrijving.
  V. DALE [1976].
— Uit de verschillende begripsomschrijvingen (t.w. van den term ”brandvrij”) blijkt … dat de opvattingen omtrent brandvrij materiaal elkaar niet op alle punten dekken,   Bouwk. Encyclop. 1, 261 a [1954].
Het wetsontwerp heeft 5 titels: 1. de algemene bepalingen met de begripsomschrijvingen en de definitie van het leerlingwezen; 2. de inrichting van het leerlingwezen enz.,   O.K.W. Med. 27, 234 b [1963].
Begrippenstelsel.
De physica, de hoogst-ontwikkelde natuurwetenschap, bouwt begrippenstelsels en theorieën op, die niet in een voorstelling aanschouwd en vastgehouden kunnen worden,   Scientia 1, 285 [1938].
Over de perken, die bij nauwkeuriger ananlyse aan de vruchtbaarheid en toepasselijkheid van een begrippenstelsel gesteld zullen blijken te zijn, zal hij (een physicus) zich niet gaarne a priori uitspreken,   Natuurk. Voordr. N.R. 17, 56 [1939].
In de muziek (is) reeds lang op beperkt terrein dàt gevonden, waarnaar wij ook voor andere facetten van het menselijk bestaan streven: een universele, door allen erkende waarde, uitgedrukt in een algemeen aanvaard begrippenstelsel,   O.K.W. Med. 27, 560 c [1963].
Begripsvorming. Vermeld in V. DALE [1976]. 1°. Vorming van een begrip of van begrippen in de wetenschap, de litteraire kritiek e.d.
Door ieder overbodig woord … wordt het (een kunstwerk) onvermijdelijk uitgeleverd aan een veralgemeenende begripsvorming,   VESTDIJK, Lier en Lancet 78 [1933].
Als twee belangrijke methoden, volgens welke de begrippen worden gevormd, zijn te noemen: de begripsvorming uit de inductieve en die uit de deductieve periode van de natuurwetenschappen,   Handb. mod. Denken 85  (ed. 1942).
Men (wilde) de ontwikkeling van de geografische wetenschap en het geografie-onderwijs in de verschillende landen nagaan, om zo te kunnen komen tot grotere coördinatie van begripsvorming en methoden bij het onderwijs,   O.K.W. Med. 25, 243 a [1961].
2°. Vorming van een begrip in den menschelijken geest als onderdeel van het denken.
Het denken is een zeer samengesteld proces. De voornaamste denkwerkzaamheden zijn: oordelen, begripsvorming, besluiten en het vormen van gedachtenreeksen,   BIGOT, Psychol. 72 [1938].
Om een begrip te kunnen vormen, moeten er eerst een of meer oordelen zijn. Indien echter de oordelen iets meer worden dan de eenvoudigste analyse, moet begripsvorming voorafgaan,   BIGOT, Psychol. 72 [1938].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1897.