Koppelingen:
Vorig artikel: BOORDUREN Volgend artikel: BOORHOORN

BOORGAT

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: boorgat

znw. onz., mv. -en. Uit Boren, in de bet. 1), en Gat, in de bet. I, 2, a en II, 1).
Rond gat, hetzij door en door, hetzij tot op zekere diepte in eene stof of in een voorwerp geboord.
Wanneer men in eene enge ruimte boren moet, welke tegenover het te maken boorgat door eenen muur … begrensd wordt enz.,   KUYPER, Technol. 1, 272.
Dat de boorspanen van zelve uit het boorgat vallen,   1, 276.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1893.