Koppelingen:
Vorig artikel: BOSCHKANT I Volgend artikel: BOSCHKAREN

BOSCHKANTII

Woordsoort: bw.

Modern lemma: boskant

, bijw. (van wijze). Hetzij het znw. Boschkant (in eene andere opvatting dan de in het vorige art. vermelde t. w.: de buitenzijde van een boom, zooals hij in het bosch staat; verg. boschscheur, bij BOSCH, Samenst.), als bnw. en bijw. gebezigd, hetzij eene afkorting voor Boschkantig (of wellicht Boschkante?), samenstellende afleidingen van Bosch en Kant met -ig (-ede).
In de timmermanstermen: Boschkant beslagen, — behakt, — bezaagd, van boomen: waarvan met bijl of zaag op enkele plaatsen de bast en het spint is weggenomen, zoodat de boom reeds eenigszins den regelmatigen vorm van een vierkanten balk heeft gekregen, maar toch nog hier en daar de bast van den boom zichtbaar blijft; in tegenstelling met meskant, regelmatig beslagen of bezaagd, zoodat er van den bast niets meer te zien is. Verg. boomkant, boomkantig, bij BOOM, Samenst.
Verbeteringen … in de wijze van aankap en levering der houtwerken … door de boomen niet meer boschkant beslagen, maar eenvoudig rond, en regelregt uit de bosschen aan den winkel te leveren,   Javasche Courant, 15 Febr. 1854, 2 b.
Wanneer nu deze eik … gehakt en boskant beslagen ware geworden, zoo zoude hij … de wankant dan niet in aanmerking nemende, eenen inhoud van ruim 15 teerling ellen hebben gehad,   Landb.-Cour. 16 Aug. 1855, 1 b.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1895.