Koppelingen:
Vorig artikel: DOMPELEN Volgend artikel: DOMPEN II

DOMPENI

Woordsoort: ww.(trans.,intr.,zw.)

Modern lemma: dompen

bedr. en onz. zw. ww. Een genasaleerde vorm van denzelfden stam als diep en doopen.
+A.  Bedr.
+B.  Onz.
Samenst. Dompbed, gedeelte van eene scheepshelling, dat men tegen het afloopen van een schip eene sterker helling geeft
dompblok (”Het grootte Block, daar op datmen voornemens is het Schip, ontrent het afloopen, te laten Evenaren, en gemeenlijk Dompblok genaamd werd, komt meesten tyd, een vijvde Deel van Schips geheele Langte, agter uit de Hieling te leggen”, V. YK, Scheepsb. 55 [1697])
overdomp, over de helft, in N.-Holl. (”De week is overdomp”).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1912.