Koppelingen:
Vorig artikel: DORREN I Volgend artikel: DORSAAL I
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

DORRENII

Woordsoort: ww.(trans.,intr.,zw.)

Modern lemma: dorren

bedr. en onz. zw. ww. Van Dor. In de spreektaal ongebruikelijk.
A.  Bedr. — Dor maken.
Groene airen by het vyer gedorret,   Statenb., Lev. 2, 14 [ed. 1688].
Lijdens vuyr dort merch en beenen,   CAMPHUYZEN, Ps. 102, 1 [c. 1626].
(De Nijd) treedt in zwarte mist, en dort het vruchtbre land Waarheen ze een voetstap zet,   BILD. 3, 113 [1829].
+B.  Onz.
Afl. Dorbaar, aan verdorren onderhevig (”Dat dorbaer tujgh” (t.w. ”laeuwer en klimop”), HOOFT, Br. 3, 150 [1636]) hierbij weder de afl. ondorbaar (zie ald.).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1913.