Koppelingen:
Vorig artikel: DREE Volgend artikel: DREEF II
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

DREEFI

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: dreef

znw. vr Mnl. dreve. Van Drijven.
+1.  Breede weg, geschikt om er vee langs te drijven; breede landweg. In verscheidene aanhalingen komt de overgang tot de hierna genoemde bet. reeds uit, in sommige kan deze evengoed bedoeld zijn.
De plantsoenen die in de bosschen, dreven, straten … ende elders gheplant staen,   Vl. Placcaertb. 1, 683 [1548].
Oft ijmant sulcke boomen moetwillich hadde affgehouden, om eens anders dreve oft lije te schenden,   Cost. v. Antw. 4, 740 [1609].
Van de weg koomt men daer op (t.w. op zeker huis) … door een breede Dreve …, ten weder zijden beset met velerhande boomen, struiken, en bloemen,   SMALLEGANGE, Cron. v. Zeel. 673 a.
De dreef met boomen, Waerdoor men van den dyk tot aen de gragt moest komen,   DROSTE, Overbl. 87.
So gemenelyk by ons een Voetpad genomen werd, ter breete van drie, of vier voeten, een Weg, of Dreef, ter breete van agt, of daar de selve onder meer Luyden gemeen gebruikt werd, … ter breete van veertien, ten minsten tot op twaalf roede voeten,   V. LEEUWEN, Rooms-Holl. Regt II, 21, § 11.
Verscheide gezichten, bekoorlyke dreven, en aangename wandelingen,   V. EFFEN, Spect. 4, 189 [1732].
(Wandelingen) door groene beemden, lommerryke dreeven, over bekoorelyke heuvelen, en langs zoetvloeiende beekjes of bruischende zeestranden,   BERKHEY, N.H. 3, 2 [1772].
Aan 't einde eener dreef, met statige beuken beplant,   V. LENNEP, K. Zev. 1, 175 [1865].
Ik moet u bekennen, … dat ik niet juist wist, ofwel deze, of de volgende dreef op uw vaders hoef uitkomt,   SEGERS, B. d. Kemp. 38 [1900].
De smalle laan, welke de dreef kruiste,   SEGERS, Lief en L. 39 [1903].
Eene dreef, welke zij beiden beweerden naar goeddunken te mogen berijden,   DE MONT en DE COCK, Vl. Vert. 35 [1898].
+2.  Met boomen beplante weg, laan. Ook in een aantal der onder 1) opgenomen, plaatsen kan dreef op zichzelf de beteekenis ”laan” hebben.
Als den legher zal logheren neffens eenighe Fruyt-hoven, Bogaerden, Dreven oft andere Boskens oft Plantaighe …, egheen Soldaet … en vervoordere hem eenich hout af te houwen, verbranden enz.,   Placc. v. Brab. 2, 308 b [1596].
Dreven nieu geplant. Tot ciersel van het gansche lant,   CATS 1, 553 a [1632].
Een lange dreef van Cipresse Boomen,   Holl. Merc. 1671, 5 [1672].
De lustwaranden, en kasteelen, elk om prijs, Door al de Diemermeer, des Aemstels paradijs, Verspreit, en tot vermaek in dreven afgeschoten,   ANTONIDES 1, 102 [1671].
Vermits men daar … de schoonste plantagien van vrugtboomen …, en ook fraeje dreven van ander geboomte heeft,   VALENTIJN, O.-I. IV, 1, 32 b [1726].
In hooilanden, welke in de luwte en tusschen als in reijen of dreven geplante boomen liggen, is het hooigras eerder rijp, dan enz.,   BERKHEY, N.H. 9, 184 [1811].
Ik (vond) … op … Hofwijck een paar dreven en hooge … hagen, die van den tijd des stichters heugenis dragen konden,   VEEGENS, Hist. Stud. 1, 183 [1842].
Ik … zocht hem in het groen, want de zaal was versierd als eene dreef,   POTGIETER 1, 331 [1839].
Menigeen zijner werken (t.w. van Hobbema), als … de welbekende dreef van Middelharnis,   ROOSES, O. en N. Kunst 1, 174.
3.  Ten onrechte wordt dreef ook wel in den zin van ”landouw” gebruikt. Deze toepassing is daaruit te verklaren, dat het woord in N.-Ndl. in de algemeene spreektaal niet meer voorkomt, terwijl het gebruik in meer dichterlijke taal veelal de gedachte kan wekken, dat een landschap bedoeld wordt.
Door vruchtbaarheid te geven aan den onbebouwden grond, en de dorre heide in lagchende dreven en bloeyende akkers te herscheppen,   V. D. PALM, Red. 5, 129 Zing tot lof van Haarlems dreven (t.w. in eenDuinzang”) in J. V. LENNEP, Lev. v. D. J. v. L. 2, 240.
Die wandeling door de Kennemerlandsche dreven, met hare eiken en hare beukenlanen, haar lusthoven, haar in zee wegduikende zonneschijf, bespied van den top der zandige heuvels,   QUACK, Stud. 256 [1886].
4.  Alleen in de aanhaling aangetroffen is dreef in den zin van: veld, akker. Misschien berust dit gebruik op het onder 3) vermelde. Of moet men denken aan ”een door boomen begrensd stuk grond?”
Verondersteld, dat een daghuurder een dreefje boekwijt heeft staan,   Jagers-taal 88.
5.  In de aanhaling waarschijnlijk in den zin van: het visschen met drijfnetten; perceel water, dat tot het bevisschen met drijfnetten wordt verpacht.
De visscher, die het water bij ZaltBommel en Tuil … heeft gepacht, heeft dien dreef van niet minder dan 7 … boomstammen gezuiverd, die den bodem belemmerden. … Hij heeft ook tegen een volgend jaar den dreef bij Zuilichem tot Brakel gepacht, zoodat alsdan door hem het water van Zalt-Bommel tot Brakel … kan bevischt worden,   Opr. Haarl. Cour. V. 7 Apr. 1874.
Samenst. Als tweede lid in Vijverdreef, wandeldreef en zijdreef (zie die woorden of op het eerste lid) en in samenst. met namen van boomen (”De reusachtige beuken en linden, op het plein der Herremanssteê, en de eikendreef, die er naartoe leidde,” SEGERS, Lief en L. 151 [1903]; ”Eene lange kastanjedreef strekte zich van het ijzeren hek aan den ingang tot op den steenweg uit,” LOVELING, Sophie 198 [1885]; ”Den omzwaai van de lindendreef,” V. BEERS 1, 129 [1847]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1914.