Koppelingen:
Aanvulling
Vorig artikel: DRIEWERF Volgend artikel: DRIFTEN I
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW, MNW

DRIFT

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: drift

znw. vr. Mnl. drift, dreft, mnd. drift, mhd., hd. trift. Van Drijven met -t.
+A.  In verschillende bet., die berusten op drijven in den zin van aan- of voortdrijven.
+B.  In verschillende toepassingen, die op het onzijdig gebruik van drijven berusten.
+C.  Met min of meer passieve beteekenis.
+D.  In verschillende toepassingen op wegen of terreinen of het gebruik daarvan.
Afl. Bedriften, driftig, gedrift (zie die woorden), driftelijk (zie bij DRIFTIG, afl.)
drifteling, ongewoon (De openbare meening) ”te leiden, is niet het werk van eenen winderigen drifteling, die enkel eenige bloemen van vernuft en deklamatie, een gelukkig spraakorgaan, te zijnen dienste heeft”, OCKERSE, Nag. Red. 127)
drifteloos, thans ongebruikelijk (”Ik bemin nu een Engel, en zo drifteloos, als men eenen Engel moet beminnen”, WOLFF en DEKEN, Leev. 4, 43 [1784]; ”Dat driftlooze menschen dom en onbekwaam zijn om ooit iet, wat ook, uittewerken”, WOLFF en DEKEN, Wildsch. 2, 295 [1793]; ”De zoete en driftelooze toon dezer woorden trof het gemoed der maagd zeer diep”, CONSC. 3, 180 a [ed. 1868]; ”In een weeke, weemoedige, passie- en driftlooze stemming”, COUPERUS, Kl. Z. 2, 80 [1901])
gedrift (”'t Ganz gedrift van sijne wolken”, DE HUBERT, Ps. 18, 13).
Samenst. — 1) Als tweede lid o.a. in Geestdrift, geslachtsdrift, ijsdrift, liefdedrift, teeldrift, vogeldrift, wolkendrift, zeedrift en zwanendrift (zie die woorden of het eerste lid).
2) Als eerste lid in
Driftenheer.
Dit is, ô Driftenheer! dan 't eenzaam, aklig oord, Waaruit de sidrende aarde uw dondertoonen hoort?   H. H. KLIJN, De Driften 9.
't Driftenheer …, soms onstuimig 't hart doorwoelend, Had, door de rede in slaap gesust, Geen vonk der deugd nog uitgebluscht,   TER HAAR, Joann. en Theag. 17.
Driftgoed, wat uit zee aanspoelt.
Het recht, om aen te halen, te houden en te profiteren, alle Drift-goederen welcke aen haer Landt waren aengekomen,   Geld. Placaatb. 3, 577 [1737].
Het aenhalen van Drift-goederen, welcke nu en dan uit de Zee … waren gestrant en aengedreven,   Ald.
”Driftgoederen” werden in Holland een jaar voor den rechthebbende bewaard, daarna kwamen zij aan de grafelijkheid toe,   FOCKEMA ANDREÆ, O.-N. Burg. Recht 1, 394 [1906].
Driftherder, gewestelijk in gebruik.
De meeste kudden (schapen) behooren aan driftherders, die van den eenen boer naar den anderen gaan,   Med. en Ber. d. Geld. Maatsch. v. Landb. 1869, 138.
Driftijs, drijfijs, in de oudere taal.
Wy dreven so schrickelijck metten drift-ijs henen, ende werden soo dapper geknelt tusschen een schotse in, dattet scheen dat de schuyt … aen hondert stucken soude bersten,   O.-I. e. W.-I. Voyag. 1, 59 b [1598].
Den 28en dito liepen al westwaert door het driftijs,   Reis v. J. C. May 10.
Saegen weder eenige stucken driftijs,   11.
Driftklos, klos bij het aandrijven van planken gebruikt.
Een … Loose, tot berging van alle gereedschappen, en andere kleine, niet nat mogende werde, Scheepsbouws behoeften, gelijk als daar is, als Mos, Grov, en Witwerk, Houte Nagels, Driftklossen, Keggen &c.,   V. YK, Scheepsb. 24 [1697].
Driftkop.
Achilles … is een beminnelijke dolleman … en Agamemnon onontbeerlijk, die zich zelf vernedert zoete broodjes voor den driftkop te bakken,   KNEPPELH. 11, 183 [1845].
Geduld maar, mijn jonge driftkop!   V. LIMB. BROUWER Jr., Akbar 4 [1871].
Driftschaap, schaap uit eene rondtrekkende kudde.
De meeste boeren maken hem (den noodigen mest) met hunne eigene of op hunne erven weidende driftschapen,   Med. en Ber. d. Geld. Maatsch. v. Landb. 1869, 125.
Driftscheper, scheper die met eene kudde rondtrekt.
En word … aen de Drift-Schepers verboden, dat sy gene schapen binnen drie Jaeren, nae dat den brandt sal geschied syn,sullen mogen dryven of weyden op de tegenwoordige of toekomende branden, of enige Districten van dien,   Geld. Placaatb. 3, 475 [1729].
Driftschuit, hetzelfde als drijver?
De Water-schepen, Drift-schuyten, ende Stael-leversschuyten,   Gr. Placaetb. 1, 1707 [1615].
Driftvarken, varken dat langs de wegen gehoed wordt.
Alzo wel expresselyk verbooden word, den voorsz.: Weg met Drift-Varkens te gebruyken,   Keuren v. Haerlem 2, 21 a [1694].
Buyten dezelve Huysluyden, zal aan niemand vry staan, den voorschreeven Weg met DriftVarkens te gebruyken,   Verv. 4 a [1756].
Driftvuur.
Het driftvuur, lang gevoed In Karel Mortels gram gemoed,   V. LENNEP, Poët. 1, 221 [1828].
Driftzand, veelal drifzand, loopend zand, drijfzand.
Die op zijn eyghen wercken ende verdiensten sijn salicheyt bouwet, … die bouwet zijn huys op een drifsandt,   GNAPHEUS, Tob. 39 [1557].
Ons die niet sonder God zijn, ia min dan drifsant,   Antw. Sp., Haagsp. d iii b.
Wat omzightigh Prins magh dan op sulcken driftzant bouwen?   COORNHERT 2, 78 d [1590].
Wie heeft hier immermeer soo diep, en vast gaen gronden Dat onder sijnen bouw gheen drif sant wierdt ghevonden,   POIRTERS, Mask. 314 [ed. 1646].
Hierbij weder de afl. Driftzandig (”Ontrent eenen grecht, By een drifsantighe dootlaghe gheheel slecht” HOUWAERT, Gener. Loop 133).

Aanvulling bij DRIFT

Afl. Driften (zie ald., het 2de art. en vgl. ook het 1ste art.).
Samenst. Driftleven, het leven voor zoover het betrekking heeft op de menschelijke driften.
De Psychoanalyse is een leer, welke in het driftleven de laatste oorzaken ziet voor alle nooden der Menschheid,   Scientia 1, 177 [1938].
Voor de psychoanalyse is het Menschelijke existentie-probleem … ten nauwste gebonden aan de al dan niet adaequate bevrediging van de eischen van het driftleven,   CARP, Neurosen 2 [1939].
Bij een overmatig sterke ontwikkeling van het vitale driftleven vinden wij in de eerste plaats de overmoedigen, bij wie zich de levensdrift sterk heeft ontwikkeld,   Med. W.P. Encyclop. 1, 324 b [1955].
Driftliefde, ter aand. van die liefde waar emoties als vreugde, blijdschap uit voortkomen, en gesteld tgov. daadliefde ter aand. van de liefde die gericht is op het verrichten van (deugdzame) handelingen. Slechts in de aangeh. bron aangetroffen. Niet in Mnl. W.
Wat voor soetigheyt er sy in 't menschelijk gemoet, dat is Drift-liefde: en wat voor opset er zy, dat behoort tot Daet-liefde,   GEULINCX, Hooftd. 6 [1667].
Drift-liefde is vermaerder, en wort by het volk ghemeenlijk door den naam van Liefde verstaen; maer Daet-liefde wordt eygentlijker en natuerlijker door den naem van Liefde beteekent: Ja het schynt dat Drift-liefde om geen ander oorsaecke den naem van Liefde draecht, als om dat sy veel tijdts de Daet-liefde voortbrengt,   GEULINCX, Hooftd. 6 [1667].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1914.