Koppelingen:
Vorig artikel: FLIKJE Volgend artikel: FLIKKER I
Etymologie: EWN

FLIKKEN

Woordsoort: ww.(trans.,intr.,zw.)

Modern lemma: flikken

bedr. en onz. zw. ww. Ontleend, in de oorspronkelijke bet. A, 1) aan hd. flicken, mhd. vlicken. Het is echter niet onmogelijk dat het woord in sommige bet. een anderen oorsprong heeft.
+A.  Bedr.
+B.  Onz.
Afl. Flik, flikker (zie die woorden)
flikkerij (”Zij hadden gaarne mij gekocht Voor flikkerij en eerbetuiging,” BEETS 3, 349 [1867]).
Samenst. afl Sodeflikker (zie ald.),
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1919.