Koppelingen:
Vorig artikel: FRONSEN Volgend artikel: FRONTAAL I
Etymologie: EWN

FRONT

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: front

znw. onz. Ontleend aan fr. front.
1.  Voorzijde van een bouwwerk, van eene kast, van een monument enz.
Wij (gingen) nae le Palais Royal. … Het front is niet groot maer achter is groot logement,   C. HUYGENS Jr., Journ. 3, 110 [1649].
Het orgel te Leens! — waar zooveel kostbaar snijwerk, heerlijke ornamenten zijn aangebragt; een zoo'n sierlijk en uitgebreid front!   Alm. Nutsdep. Leens 1845.
Eene gewone burgerhuizinge … met een voordeur in het front, die toegang verleent tot een gang,   Onderz. Landb. 1886, 26, 15 [1890].
2.  Ook in toepassing op elken vrijstaanden gevel van een bouwwerk. Eene bepaling wijst dan de plaats van dezen gevel ten opzichte der andere of der windstreken aan.
De vrije opvatting … welke architect N. bij de restauratie en de reconstructie van het westelijke front voorstond,   N. Rott. Cour. v. 2 Dec. 1919. Avondbl. B.
3.  Het tusschen twee bastions gevatte deel van eene vesting.
In dit tracé noemt men eene courtine, met de beide daaraan grenzende halve Bastions een gebastionneerd front, of kortweg een front van de vesting. Zijn alle fronten met hunne verbindingen gelijkvormig, dan noemt men de vesting regelmatig,   LANDOLT 1, 37 [1861].
+4.  Voorzijde van eene troepenopstelling.
De leste sprack niet wel vande Generael Major Mackay, op 't sujet van sijne actie tegens de Hooghlanders in Schothlandt. Seyde, dat hij een groot front willende maecken, maer eene enckele linie gemaeckt hadde, sonder eenighe reserve,   C. HUYGENS Jr., Journ. 1, 373 [1690].
De Hooftwacht op het Binnen-Hof magh werden uytgetrocken, en in ordre gesteldt op de plaetse daer deselve gewoon is te staen, den Officier en het Front naer de sijde daer den gemelten Heere Grave d'Avaux sal passeren,   Gr. Placaetb. 4, 106 b [1683].
Wellington (doet) eene Brigade … voorwaarts trekken en in gesloten kolonne met den stormpas voorbij het front der beide legers daarheen rukken.   BOSSCHA, Lev. v. W. II 166 [1852].
De Luitenant-Generaal … Cole viel insgelijks op het front aan van 's vijands hoofdstelling,   196.
Maer ziet, daer is de veldheer, Die draeft op 't witte ros vóór 't front,   LEDEGANCK 220.
Eer de aanval plaats greep, trad … Met wapens die van goud en diamanten gloren, De Aartsvijand … Voor 't front van heel zijn heir,   TEN KATE, Par. Verl. 142 [1878].
Het voetvolk (werd) geschaard in twee vierkanten of eskaders van ongelijke grootte, het eene met een front van ruim veertig, het andere van ruim dertig pieken, geflankeerd door eenige filen harkebusiers,   FRUIN, Geschr. 2, 104 [1868].
5.  Het eerste gelid van eene in twee of drie gelederen opgestelde troepenafdeeling.
Men noemt het eerste gelid het front, het achterste den rug,   LANDOLT 1, 147 [1861].
6.  De gevechtslinie of de voo ste verdedigingslinie die door een oorlogvoerend leger wordt ingenomen. Ook in toepassing op de beide tegenover elkander liggende linies te zamen. Vooral sedert den wereldoorlog.
Om den vijand te noodzaken een deel van het nog door hem bezette front te ontruimen,   KERNKAMP in Vr. d. Tijds 43, 1, 18.
De geweldige strijd die drie weken geleden aan het westelijk front begon,   KERNKAMP in Vr. d. Tijds 44, 2, 1.
Een doorbraak van het front,   6.
7.  Halfhemdje. Dit gebruik is in het Fransch onbekend.
De slappe, niet makkelijk insluitende knoopjes van het frontje,   HARTOG, Sjofelen 143.
Samenst. — 1) Als tweede lid in Aanvalsfront.
2) Als eerste lid in
Frontaanval, aanval op het front van den vijand.
De Luitenant-Generaal Meijer ving met zijne Divisie … den marsch aan tot den frontaanval,   BOSSCHA, Lev. v. W. II 552 [1852].
Frontbalkon, balkon tegenover het tooneel, in een schouwburg.
Hij wist dat ze in 't frontbalcon zitten zou, vlak vooraan,   ROBBERS, A. de Boogh 224.
Frontbreedte.
Men rekent voor elken ruiter eene frontbreedte van 1 en eene diepte van 3 passen,   LANDOLT 1, 152 [1861].
Frontformatie, ondiepe opstelling (van eene legerafdeeling) met een breed front
Zoowel uit de front- als uit de flankformatie geschiedt het verspreiden op de rechter-voorste groep,   Regl. Infant. 1901, 1, § 178.
Frontgebouw, gebouw uit een complex, waaraan zich de voorgevel bevindt.
Frontgebouw, waarin zich o.a. het directiekantoor en de kantoren der verschillende afdeelingen … bevinden en waarachter de sheddaken van de fabriek zich … uitstrekken,   Uit een prijscourant [1911].
Frontdienst, dienst in de gevechtslinie.
R … had bij de artillerie gediend, doch was afgekeurd voor frontdienst,   N. Rott. Cour. v. 31 Dec. 1919, Och endbl. A.
Fronthamer, machinale smeedhamer, die aan de verlenging van den steel wordt opgelicht.
Het werktuig (is) een fronthamer, als de nokken op de verlenging van den steel vóór den hamerkop werken,   GROTHE, IJzer 172 [1873].
Frontknoopje, overhemdsknoopje.
Frontlengte.
Als de lengte der flanken gelijk aan de frontlengte was,   LANDOLT 1, 145 [1861].
Frontlijn, lijn door het front van een leger gevormd.
Deze stelling had het gebrek … dat bij een aanval de troepen in de frontlijn elkander niet konden te hulp komen en om ondersteuning alleen rugwaarts konden uitzien,   BOSSCHA, Lev. v. W. II 189 [1852].
Wenzels heirspits brak Door 's vijands drom en frontlijn henen En Guliks krijgmacht viel te zwak,   V. LENNEP, Poët. 4, 247 [1847].
De schansen vóór de frontlijn mogen er niet verder dan 2000 pas afliggen,   ELAND, Veldversterkingsk. 80.
Frontlinie.
Rusland moet dus voortaan een langere frontlinie bezetten dan vóór den herfst van 1916 het g val was,   KERNKAMP in Vr. d. Tijds 43, 1, 275.
Frontloge, loge in een schouwburg, die recht tegenover het tooneel ligt.
Frontmarsch, voorwaartsche marsch van eene troepenafdeeling die in linie opgesteld is.
De voor- en middenrijders worden nog eens gewaarschuwd bij een frontmarsch in galop de paarden goed in de hand te houden en voor zich uit te zien,   HORA ADEMA in Gids 1896, 4, 195.
Frontmuur, voormuur, naar de voorzijde gekeerde muur. Bij een doorgang bepaaldelijk een dwars op dezen gestelde, naar buiten gekeerde muur.
Het hoofdgebouw van het Zuiderstation en de frontmuren der doorgangen,   Versl. Spoorw. om Amst. 45 [1905].
De westelijke frontmuur van het schip,   EVERS, Archit. 2, 266.
Frontopstelling, ondiepe opstelling (van eene legerafdeeling) met een breed front.
Twee groepen, die in de gesloten sectie, zoowel in de front- als in de flankopstelling, … de namen dragen van enz.,   Regl. Infant. 1901, 1, § 176.
Frontpartij, staatkundige partij in België, die zich opwerpt als het front ter verdediging der Vlaamsche belangen.
Het kamerlid Maes van de frontpartij heeft geïnterpelleerd over het geval van den Vlaamschen activist Hainaut, die in de gevangenis gestorven is,   N. Rott. Cour. v. 5 Maart 1920, Ochtendbl. B.
Frontpijp, bij een orgel: pijp die alleen dient om het front te versieren, figurant.
Frontplaat, plaat die de voorzijde vormt.
De Slotkast … bestaat uit: a. De Voor- of Frontplaat, waarin de gaten zijn aangebracht, die tot geleiding der schooten dienen,   V.D. KLOES, Smid 341 [1908].
Frontriem, deel van het hoofdstel van een paard.
Frontrij.
Frontschot, schot dat recht op het front van het te treffen doel is gericht.
Frontverandering.
Eene frontverandering van kleine troepenafdeelingen (kompagniën) geschiedt door zwenking of opmarsch met rotten,   LANDOLT 1, 159 [1861].
Frontvuur, vuur van het front van een troep uitgaande.
Wellington (doet) eene Brigade … voorbij het front der beide legers daarheen rukken, biedende alzoo de flank aan 's vijands frontvuur,   BOSSCHA, Lev. v. W. II 166 [1852].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1920.