Koppelingen:
Vorig artikel: GEBOND Volgend artikel: GEBONDENHEID
GTB Woordenboeken: MNW

GEBONDEN

Woordsoort: bnw.

Modern lemma: gebonden

bnw., gebondener, gebondenst (in de bet. 1). Het verleden deelw. van Binden, als bnw. genomen, en opgevat als uitdrukking eener kenmerkende hoedanigheid.
+1.  Van personen. Door overdrukke bezigheden van beroep, bedrijf of ambt als 't ware aan banden liggende, geen vrijen tijd hebbende; onvrij.
Ik kan u die betrekking niet aanbevelen, ge zoudt zoo gebonden zijn, dat ge over geen enkel uur voor u zelven zoudt kunnen beschikken.   poëem WNT
+2.  Van zaken.
Afl. In de bet. 1). Gebondenheid (zie ald.).
— In de bet. 2, a). Ongebonden (zie ald.).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1874.