Koppelingen:
Vorig artikel: GREEL Volgend artikel: GREENBOOM, GREENHOUT

GREEN

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: green

znw. m.; mv. grenen.
Evenals nd. grän aan de Skandinavische talen ontleend; verg. de verwante vormen onr. grön (uit granu; de 2de nv. is granar); nnr. grön nevens gran, graan (AASEN); zw., deensch gran. Zekere boom: t.w. Pinus Picea L.; zie daarover nader onder GRENENHOUT. Weinig in gebruik; men bezigt meestal Greneboom (zie ald.).

En hoe de vrye Staet beschut wort, min door steenen
Dan door een eicke stadt, en afgehouwe greenen,
Gemant met helden van maetroozen.
  VONDEL 7, 645 [1658].
Afl. Grenen, bnw. (zie ald.).
Samenst. Greneboom, grenenhout (zie die woorden).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1893.