Koppelingen:
Aanvulling
Vorig artikel: GRIES Volgend artikel: GRIET I
Etymologie: EWN

GRIESMEEL

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: griesmeel

znw. onz., zonder mv.; verkl. (in de bet. 2) -tje. Nhd. griesmehl. Een uit het Nhd. overgenomen woord, waarvan het eerste lid der samenstelling (mhd. grie) beantwoordt aan mnl., nnl. griet, gruis (zie GRIES, de Aanm. bij 1). In het Nhd. eene algemeene benaming voor graan dat niet tot de fijnheid van meel is gemalen (SANDERS) of wel, meer in het bijzonder, voor hetgeen hier te lande gruttenmeel wordt genoemd (NIEUWENHUIS' Wdb. 4, 112 a); bij ons echter is griesmeel de benaming voor eene andere soort van gebrijzeld graan (zie de bet. 1).
1.  Niet tot de fijnheid van meel gemalen gepelde tarwe of spelt.
2.  Een kooksel, een gerecht van griesmeel.
Griesmeel ”toe” eten. Een griesmeeltje klaarmaken.   poëem WNT
Samenst. Griesmeelpodding.

Aanvulling bij GRIESMEEL

Samenst. Griesmeelpudding.
Griesmeelpudding, pudding van griesmeel gekookt, ook wel griesje genoemd,   V. DALE [1914 ].
Griesmeelpudding (met eieren),   WANNÉE, Kookb. 248 [1910].
En toen kwam er een luid toegejuichte griesmeelpudding met prachtig donkerrood bessensap,   DE JONG, M. Gijzen 4, 78 [1928].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1893.