Koppelingen:
Vorig artikel: HALFTER Volgend artikel: HALFTIJ

HALFTIEN

Woordsoort: bw.

Modern lemma: halftien

bijw. (tijdsbepaling).
Een half uur na negenen. Verg. verder HALFACHT.
Van Zevenaer, die anders gewoon was den zieke omstreeks elf uren te bezoeken, (trad) reeds te halftien zijn kamer binnen,   V. LENNEP, K. Zev. 5, 97 [1865].
Het is reeds halftien!   CONSC. 3, 190 a [ed. 1868].
Daar zit gij sedert klokke halftien op school,   BEETS, C.O. 7 [1839].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1897.