Koppelingen:
Vorig artikel: HARS I Volgend artikel: HARSACHTIG
Dialect: WVD
Afbeeldingen: Dodoens1554
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

HARSII

Woordsoort: znw.(v.,o.)

Modern lemma: hars

HARST; HERS (ook HERSE), HERST —, znw. vr. en onz.; mv. harsen en harsten, hersten; als stofnaam zonder mv. Mnd. hars, has (uit ha(r)s), en hart; nnd. hars, hass (uit ha(r)s); mnl. hars (haers, ars), harse en hers, herse; voorts harst (arst), herste en in Oostelijke streken hart. Daarnaast ohd. harz m. en onz.; mhd. harz, maar ook harsz, hars(se) en herst; voorts nog gelijkbet. ohd. harzuch, hartzoch (D. Wtb.; KLUGE). In geen der andere Germ. dialecten komt het woord verder voor (het Onr. heeft kváđa, het Zw. kåda, het Deensch gebruikt harpix), en aangaande de afleiding er van is niets bekend; dus kan ook naar de betrekking tusschen de slotmedeklinkers der Nd. en Hd. vormen (nd. s (ss); hd. z) alleen maar gegist worden (zie KLUGE en FRANCK). Aan hd. harz beantwoordt naar de wetten der klankverschuiving ongetwijfeld de (zeldzame) Nd. vorm hart; maar is deze niet misschien (door assimilatie van de s) uit harst ontstaan? (verg. voor dit verschijnsel BOEKENOOGEN blz. LIII en als voorbeelden bartel, kartijd, dort voor barstel, karstijd, dorst enz.). Waarschijnlijk schuilt ook in 't eerste lid van harpuis een overblijfsel van den een of anderen vorm van het woord hars (zie HARPUIS).
+1.  Een geelachtige, meer of minder doorschijnende, kleverige stof, die in verschillende deelen der planten voorkomt en vooral overvloedig is in het hout der naaldboomen, uit welke zij, door toevallige of gemaakte openingen uitgevloeid, wordt ingezameld en tot onderscheidene doeleinden, voornamelijk tot het vervaardigen van vernissen gebezigd. Als stofnaam zonder mv.
Harsse die uyt den bomen loipt, resina,   Teuthon. 141 b.
Hars, hers. Resine, ou poix resine,   PLANT. [1573].
Herpois oft herst   [1567]
 ,bij STALLAERT 1, 588 b.
Hars, hers, harts; Herst, harst, Resina,   KIL. [1588].
Hars, teer, pik en terpentijn kunnen van al deze Pinus-soorten gewonnen worden,   V. HALL, Landh. Flora 212 [1854].
Hars komt voor: óf in cellen …, óf in harsgangen of enz.,   OUDEMANS, Leerb. d. Plantenk. 1, 222.
Tot de kenmerken der hars behooren hare onoplosbaarheid in water, hare oplosbaarheid in alkohol, enz.,   WINKLER PRINS, Encyclop. 8, 41 a.
Stoffen, die slechts weinig hars bevatten, zooals myrrhe en aloë,   Ald.
Het hars wordt meest bevonden in dennen- en grenenhout,   V. KEIRSBILCK, Timm. 164 [1898].
— Noch will' ic besteden Een somme … In peke ende in herste, In groenen wasse enz.,   Livr. des mestiers (14de eeuw), 14 b  (fra. en poy et en arpoy, ald. 14 a).
De geslachten van Herst, die wt den voorbeschreven … boomen vloeyen oft tranen,   DODON. 1447 a [ed. 1608].
Werp sulfer, pik, en harst, In 't gloejend hellevuur,   SCHERMER 119 [1709].
De schichten …, De spaanders en de hars en slingertuig en lans,   TOLLENS 6, 27 [1828].
Wijnflacons, waaraan de harst blijft kleven,   V. LENNEP, Poët. 5, 92 [1826].
Idioëlectrische lichamen, zooals glas, hars en zijde,   BOSSCHA, Natuurk. § 660.
Een bijtende geur of reuk als van harst, uit verre noordsche streken, dringt enz.,   QUACK, Stud. 88 [1886].
2.  Met mv. De eene of andere soort van (natuurlijke, of door de kunst — uit plantendeelen enz., — bereide) hars.
Eynreley kostel hars off gummy, myrre,   Stacten, Teuthon. 141 b.
Vloeibare harsen, … balsems,   V. DALE.
— Galbaen een Herst (harssoort) uyt Syrien,   V. MANDER, Bucol. 138 [1597].
De Hersten … zijn nut … om bij de plaesteren te doen,   DODON. 1448 a [ed. 1608].
Sappen, Harsten, Gommen (Reglem. voor de Drogisten),   Keuren v. Haerlem 2, 120 a [1749].
De harsen … komen voor in de levende planten, evenals de aethérische oliën, veelal met deze vermengd, in de meest verschillende deelen enz.,   WINKLER PRINS, Encyclop. 8, 40 b.
Zelfstandigheden (in het rijk der delfstoffen) wier eigenschappen met die der plantaardige harsen overeenkomen, … fossiele harsen,   8, 41 a.
De merkwaardigste fossiele hars is het barnsteen,   Ald.
De belangrijkste harsen zijn: dennenhars …, kopal, gomlak enz.,   Ald.
Een hars (t.w. colophonium), die na de destillatie van terpentijnolie overblijft uit de Terpentijn,   Ned. Pharmac³. 56.
Verwarm het … totdat er, na bekoeling, een broze hars is overgebleven,   188.
Afl. Harsachtig, harsig (zie die woorden)
harsten (harsen), ww. (zie HARSTEN, 1ste art.).
— Verder Harsteling (Belg.-Brab. en Antwerp.) ”harsdraad, draad met hars bestreken” (SCHUERM. [1865-1870]);
Koppel. Harsdoorslaand, hars latende uitvloeien (”Een wervelwind, die een … harstdoorslaanden pijn van voet en wortel rijt”, BILD. 2, 427 [1810])
harsdragend, van boomen, gewassen enz.: ”résinifère”, V. MOOCK
harshoudend, hars bevattende (”Hars- of balsemhoudende kanalen of holten vindt men vooral bij de Coniferen, Umbelliferen, Compositae enz.”, OUDEMANS, Leerb. d. Plantenk. 1, 379; ”Harshoudende ruimten”, Ald.)
harsverspreidend, door VONDEL van de drukkersinktballen gezegd (”'t hars-versprayende gedommel Van bal op (d. i. tegen) bal”, 2, 296: De Druck-kunst).
Samenst. Harsboom, harsgang, harslucht, harspleister, harszeep (zie die woorden).
— Verder komen voor Harsdeeltje (”Bij alle gomharsen (zijn) de harsdeeltjes in eene samenhangende gom-massa ingesloten”, OUDEMANS, Leerb. d. Plantenk. 1, 223)
harselectriciteit, de electriciteit die hars en barnsteen verkrijgen door gewreven te worden; verg. glaselectriciteit (bij GLAS, Samenst.) (”Men is overeengekomen … de glas-electriciteit positieve, de hars-electriciteit negatieve electriciteit te noemen”, BOSSCHA, Natuurk. § 667)
harsgas, lichtgas uit hars bereid (zie WINKLER PRINS, Encyclop. 108 b)
harsgom (zie bij GOM, Samenst.)
harsgruis (zie bij GRUIS, Samenst.)
harsholte, geïsoleerde, kogel- of lensvormige harshoudende holte (OUDEMANS, Leerb. d. Plantenk. 1, 379)
harshout, hout van harsboomen, pijnhout (”harshout, en eicke tacken”, VONDEL 5, 218 [1646]; lat. taedis)
harskanaal, harsgang (”De gom- en harskanalen doorloopen de plantendeelen over vrij aanzienlijke uitgestrektheden”, OUDEMANS en DE VRIES, Leerb. d. Plantenk 1, 80)
harsklomp (OUDEMANS, Leerb. d. Plantenk. 1, 222)
harskoek, koek (schijf, plaat) van hars in eene electrophoor (”Wegens de broosheid van den harskoek heeft men … de electrophoren samengesteld uit eene plaat … eboniet”, BOSSCHA, Natuurk. § 704)
harskool, nhd. harzkohle, soort van steenkool (”Houille graisse …, Glans-koolen, Pek-koolen, Harst-koolen”, CHOMEL, Verv. 6172 a [1793])
harskorrel (OUDEMANS, Leerb. d. Plantenk. 1, 223)
harskwast, ”kwast in het hout, waar hars uit loopt”, V. DALE)
harslak, lak (vernis) uit hars bereid (WINKLER PRINS, Encyclop. 8, 41 b); vandaar b.v. lijnolieharslak (ald.)
harsmassa (”De kleverige zelfstandigheden aan vele bladknoppen, inzonderheid aan die der kastanjeboomen, (zijn) … balsemachtige harsmassa's”, WINKLER PRINS, Encyclop. 8, 41 a)
harsmeel (”Onder den naam van Harsmeel (Harzmehl) heeft Wiesner … eene soort van korrels met een laagswijze bouw beschreven, die hij enz.”, OUDEMANS, Leerb. d. Plantenk. 1, 265: zie ook 1, 266)
harsolie (”Eene dikvloeibare massa, harsolie”, WINKLER PRINS, Encyclop. 108 b)
harsstang, stang, staaf van hars (”Wrijft men de harsstang opnieuw, dan zal enz.”, BOSSCHA, Natuurk. § 667)
harsvernis, vernis uit hars bereid; vandaar terpentijnolieharsvernis en wijngeestharsvernis (WINKLER PRINS, Encyclop. 8, 41 b)
harswinde, ”purgeerkruid”, V. DALE
harszalf, ”vloeibare hars, balsem”, V. DALE
harszuur; gewoonlijk in 't mv. harszuren: de samengestelde zuren die het hoofdbestanddeel der natuurlijke harsen vormen.
— Voorts de bnw. Harsgelijk (”Hars gelijck. Semblable à resine. Resinaceus”, PLANT. [1573])
harsrijk, (”Harsrijke gewassen”, WINKLER PRINS, Encyclop. 8, 40 b).
— Als tweede lid. Aardhars, gomhars, spiegelhars (zie die woorden).
— Verder Boomhars (zie BOOM, 1ste art., Samenst.)
brandhars (”Tot de harsen rekent men onderscheidene producten der droge destillatie (brandharsen)”, WINKLER PRINS, Encyclop. 8, 41 a; zie ook Dl. III, 1083)
dennenhars, uit dennenboomen
geelhars (WINKLER PRINS, Encyclop. 8, 41 a)
halfhars (a. w. 8, 41 a)
slijmhars (”Vermengd met gom, eiwit, kaoetsjoek enz. … dragen (de harsen) … den naam van gom- of slijmharsen”, a. w. 8, 41 a).
— Met vreemde woorden. Dammar-hars (van Dammara orientalis enz.; zie OUDEMANS, Leerb. d. Plantenk. 2, 270)
guajak-hars (Resina Guajaci; Suppl. Ned. Pharmac. 168)
jalappe-hars, Resina Jalapae (Ned. Pharmac.³ 188), in purgeermiddelen gebruikt (”Dat hij … de poeiers met jalappeharst (gebracht had) bij eene dame die aan diarrhee leed”, BEETS, C.O. 49 [1839])
podophyllum-hars (Resina Podophylli; Ned. Pharmac.³ 188)
scammonia-hars (R. Scammoniae; Suppl. Nederl. Pharmac. 169).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1900.