Koppelingen:
Vorig artikel: HEEMSTEDE Volgend artikel: HEEN II

HEENI

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: heen

— daarnaast HEENT —, znw. onz.; als collectief (stofnaam) zonder mv., doch ook het mv. HEENS (immers aldus Gr. Placaetb. 2, 2027 [1562] te lezen voor heems?) komt als collectieve stofnaam voor. Een naam, bepaaldelijk voor Zuid-Holland vermeld, doch ook elders voorkomende, voor eene grassoort (Scirpus maritimus L.) van het geslacht der Biezen (familie der Cypergrassen)
—  anders Zeebies, Wild Galingaangras, Driekant en in Groningen Heenwortel genoemd —, welke op bij ebbe droogloopende gronden groeit en tot veevoeder geschikt is.
Niemant (en is) geoorloft … inde voorsz Gorssen ende aenwassende Landen den Supplianten te turberen, mits Grienden, Rijs, Riet, Biesen, Heems ende Ruychte (wesende 't principael oorsaecke vanden aenwas) te snyden, rooven, ende wech te halen,   Gr. Placaetb. 2, 2027 [1562].
Den 14 Juny 1642. is … Geordonneert, dat niemant in 't particulier sal vermogen eenige Heen, ofte Riet-zooden te speten uyt de Groote Sloot, Octroyen enz.   v. d. Oude-Zijpe, I, 15.
Platen (in Zuid-Holl.), welke met heen (Scirpus triqueter L.) … bezet zijn,   Vriend v. d. Landm. 1850, 558.
Heen wordt ook wel driekant geheeten,   Ald.
Aanm. Bij BOEKENOOGEN 358 vlg. wordt deze naam voor een biesgewas in verband gebracht met noordholl. hane-, henne- in hanebollen enz.; meer waarschijnlijkheid heeft de vergelijking met nnd. hân(e), hânt (DOORNK. KOOLM.); in 't Nnd. komen verder heenk, hän(ke), hennie als namen voor dergelijke oevergewassen voor (zie t. a. pl.).
Samenst. Heenland, grond waar heen op groeit? (zie VERDAM 3, 216)
heenwortel, in Groningen: heen (zie GALIGAANGRAS, 2).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1901.