Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: INDISCH Volgend artikel: INDISPOOST

INDISCREET

Woordsoort: bnw., bw.

Modern lemma: indiscreet

bnw. en bijw. Ontleend aan fra. indiscret. Onbescheiden.
+I.  Bnw. — 1) Van personen.
II.  Bijw. (van wijze en van graad).
Zich indiscreet gedragen. Jongen, wat neem jij indiscreet veel van dat gerecht; je ziet toch dat we er allemaal nog van hebben moeten?   poëem WNT
Afl. — Als zoodanig wordt hier, ofschoon naar fra. indiscrétion gevormd, vermeld Indiscretie, onbescheidenheid, in verschillende opvattingen; ook concreet: eene onbescheidene, onkiesche enz. handeling (”Maar Mynheer, deeze meid, heeft het die voor de Juffer aangenoomen? Of is het hier de manier zo (t.w. dat de booien zich in het gesprek mengen)? … Ik bid, dat je wat ordre op haar indiscreetie steld”, V. HALMAEL 4, 29; ”Een … indiscretie, die ik onwillens jegens je begaan heb, COUPERUS, E. Vere 1, 174 [1889]; ”De indiscretie was onwillekeurig”, Ald.; ”Zij had … genoeg van die indiscreties,” 1, 229).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1909.