Koppelingen:
Vorig artikel: INSTRUMENTEEL Volgend artikel: INSTUIF

INSTUDEEREN

Woordsoort: ww.(trans.,zw.)

Modern lemma: instuderen

bedr. zw. ww. Ontleend aan nhd. einstudieren (verg. ook einüben).
Door studeeren — ijverig, ernstig oefenen — in zijn macht trachten te brengen; zich door studeeren trachten eigen te maken, in het hoofd, het geheugen te prenten.
Zoo'n muziekstuk moet weken te voren worden ingestudeerd,   POTGIETER, Br. 2, 293 [1869].
Twee weken lang had hij deze redevoering ingestudeerd,   H. TEIRLINCK, in Vlaanderen 2, 4.
De … boerenknapen, die hun Kruisken A B instudeerden,   GERMONPREZ, Nov. 64 [1901].
Iederen Donderdag studeerden zij te zamen duo's in,   COUPERUS, E. Vere 1, 111 [1889].
Afl. Instudeering (”Die talentvolle componist … had de instudeering van (de opera) … bewaakt, al de proefvertooningen gevolgd”, SLEECKX 12, 100 [1867]; ”'t Is …, tusschen de (tooneel)gezelschappen, een wedloop. Wie 't eerste klaar is met vertaling en instudeering, gaat het stuk zoo gauw mogelijk overal … spelen”, in De Nieuwe Cour. v. 9 Maart 1911).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1911.