Koppelingen:
Vorig artikel: INZWEREN I Volgend artikel: INZWEVEN

INZWERENII

Woordsoort: ww.(intr.,st.)

Modern lemma: inzweren

onz. st. ww. Uit In, bijw., V, 3, A, 7°. en Zweren, etteren.
+1.  Met een lichaamsdeel als onderwerp. Naar binnen toe —, in de diepte veretteren, verzweren, door zweren verteerd worden, vergaan.
Zekere invretende zeeren op den huid (der koeien), waar door het haar uitvalt en de huid inzweert,   BERKHEY, N.H. 8, 107 [1810].
+2.  Met een etterend zeer als onderwerp. Inetteren.
Het is tot op het been ingezworen,   WEIL.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1912.