Koppelingen:
Vorig artikel: KANTRECHT Volgend artikel: KANTSCHOOL

KANTRECHTEN

Woordsoort: ww.(trans.,zw.)

Modern lemma: kantrechten

bedr. zw. ww.
+1.  Van hout. Kantrecht maken. Verg. bekantrechten (BOEKENOOGEN 1177) en rechtkanten.
Kantrechten. Het haaks zagen der kanten van planken zoodat deze een bepaalde breedte verkrijgen,   ZWIERS 1, 601 a [1917].
Aan alle delen of platen, welke niet reeds ten gevolge van het afschalen gekantrecht zijn, moet dit kantrechten … later door eene afzonderlijke zaagsnede aan elk der beide kanten verricht worden,   KUYPER, Technol. 1, 678.
2.  Benaming voor het rechtmaken van de, door het pletten ontstane, min of meer golvende kanten aan het metaaldraad voor weverskammen (hd. geraderichten auf den kanten). Zie KUYPER, Technol. 2, 74.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1919.