Koppelingen:
Vorig artikel: KANZUWEEL Volgend artikel: KAP II
Gewestelijke variatie: TNZN
Etymologie: EWN

KAPI

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: kap

znw. m. Van Kappen (I), hakken, houwen.
+1.  Abstract. De handeling van kappen, hakken of houwen; het kappen, hakken of houwen, in verschillende toepassingen.
+2.  Concreet. Een slag dien men met scherp gereedschap doet; ook de kerf die door zulk een slag ontstaat: hak, houw.
Samenst. (als tweede lid). — In de bet. 1) Houtkap (Dl. VI, kol. 1181). — In de bet. 2) Grondkap, grondhouw (op een vijl)
voorkap, voorslag, de eerste zwingeling van 't vlas (DE BO [1873]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1919.