Koppelingen:
Vorig artikel: KETELLAPPER Volgend artikel: KETELOORIG

KETELMUZIEK

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: ketelmuziek

znw. vr. Nhd. kesselmusik. Uit Ketel, I, B) of C), en Muziek. Benaming voor het trommelen op ketels, potten en pannen, toeteren op trechters en derg., slaan met potdeksels, rammelend slepen van kettingen, klappen met zweepen, schreeuwen en tieren, voor de deur van een persoon of van personen, over wiens of wier gedragingen of handelingen men zijn verontwaardiging en afkeuring wil te kennen geven. Zie — ook voor een verscheidenheid van volksnamen voor dergelijke muziek, of voor het betoon dat van zulke muziek vergezeld gaat —: Volkskunde 12, 1 vlg. en 20, 186 vlg., en 210 vlg.
+1.  Eigenlijk.
Het vereeren met ketelmuziek, … de gansch onwelkome serenade met keten-, buizen- en pottengerammel, hoorngetoeter, zweepgeklets, belgerinkel, dollemansgeschreeuw en gehuil, waardoor de … volksmenigte van het platteland zich vaak op ergernis wekkende personen wil wreken, … overspelers; krakeelende en vechtende echtgenooten; mans, die hun vrouwen erg mishandelen; verbrekers van bijna voltrokken huwelijken; bejaarde weduwnaars of weduwen, die hertrouwen, enz.,   DE COCK, in Volkskunde 12, 1.
Ketelmuziek maken of houën (Westmalle; Gheel, Moll, Bree en Genck),   12, 7.
Serenade met ketelmuziek,   KUIPERS.
Iemand ketelmuziek brengen.  
— Met geldboete van (enz.) … worden gestraft: … Die ketelmuziek en dergelijk beleedigend geraas maakt, bij dag of bij nacht,   Alg. Politiestrafreglem. v. Europ. (Stbl. v. N.-I. 1872, n°. 110), a. 5, n°. 5.
2.  In figuurlijke toepassing of bij vergelijking. Drukke, verwarde, wanluidende, verdoovende muziek, of iets derg.
Let eens goed op …, of er ook vooroordeelen en dwaalbegrippen in 't hoofd suizen. Het zou geen wonder zijn, na al de ketelmuziek (verwarde beweringen van critici) die gij gehoord hebt,   V. EEDEN, Stud. 1, 73 [1888].
Dat twintig jaar geleden door dezelfde groepen, die thans zoo gebeten zijn op hyper-ethiek, een even luidruchtige ketelmuziek gemaakt werd tegen Van Heutsz,   C. V. VOLLENHOVEN, in N. Rott. Cour. v. 17 April 1925, Avondbl. A.
Afl. — Als afl. kan beschouwd worden Ketelmuzikant.
Ketelmuzikanten …, slaand op blikken kisten, rammelend met kettingen, schreeuwend en tierend door lampeglazen, ketsend met ketels en verroeste emmers,   V. D. VEN, Neerl. Volkslev. 314.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1925.