Koppelingen:
Vorig artikel: KETTINGJONGEN Volgend artikel: KETTINGKOGEL

KETTINGKABEL

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: kettingkabel

znw. m. Uit Ketting, I, A) en Kabel (I), II).
Eigenlijk: kabel (ankertouw) die een ketting is, uit ketting bestaat: ankerketting; kabelketting (zie ald.).
De grootste kettingen … komen op zeeschepen voor, waar ze met groot voordeel in plaats van de hennepen ankerkabels gebezigd worden (kettingkabels),   KUYPER, Technol. 1, 510.
— Maakt men gebruik van eenen kettingkabel, dan enz.,   V. HOUTEN, Scheepv. 313.
Bij eenen ketting-kabei is de ring van het anker kleiner dan bij het touw, of liever enz.,   Ald.
De kettingkabels worden, voor dat zij … in gebruik komen, te Leyden beproefd door middel van de hydrolische pers,   PILAAR-MOSSEL, Tuig 425 [1858].
Samenst. Kettingkabeldoorslag, doorslag om de opsluitpennen mede uit de harpen te drijven
kettingkabelopsluitpen, azijnhouten pen om de bouten in de harpen mede vast te zetten.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1926.