Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: KLOOVER Volgend artikel: KLOP II
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

KLOPI

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: klop

znw. m., mv. -pen. Mnl. clop. Van Kloppen (I). De handeling van kloppen; soms ook het resultaat der handeling. B. v. in de volgende toepassingen gebezigd.
+1.  Hoorbare (soms ook weinig of in 't geheel niet hoorbare) slag of opeenvolging van slagen tegen of op iets.
+2.  (Min of meer hoorbare en voelbare) slagen, ook wel een enkele slag, van het hart, het bloed, een ader enz.
Deeze (zekere arts) …, zyn' handt vattende, heeft de klop der aaderen betast,   HOOFT, Tac. 163 [c. 1635].
De ijdelheid eens harten, dat ieder oogenblik zijn laatsten klop kan kloppen,   BEETS, St. Uren 3, 145 [1850].
De doktoor voelde haar hand bij den … pols; er was geen klop meer in,   TIMMERMANS, Anna-Marie 11.
De klop van 't bloed,   SMEDING, M. u. st. Stadje 2, 25.
+3.  Merk, in een munt geslagen om deze als geldig of ongeldig te stempelen, of om te kennen te geven op welke waarde zij moet worden gerekend of hoeveel aan het gewicht er van ontbreekt.
Dat de stuyvers, van deser Stads wegen gemaakt, met verscheyden geconterfyte kloppen nageklopt … zyn, zoo dat mense niet, of zeer qualyk, kan onderscheyden van de Utrechtse,   Utr. Placaatb. 3, 704 a [1582].
L. Daer's een rosenobel met twee schellinghen. W. me dunckt datter ien cloptje op staet. L. Geeff mijn die we'er, daer is een aer,   V. SANTEN, Lichte Wigger 19.
Op de karolus staan twee klopjes, op de rozenobel een, zo dat die twee zyn drie azen te ligt,   ASSELIJN, Melchior 19 [1691].
Indien het waar is, dat een ingeslagen klop of stempel van zoodanige inwisseling (t.w. van de noodmunten) getuigenis geeft, dan verkrijgen zij eene plaats onder de verboden geldstukken of wel onder de biljoen verklaarde, terwijl de klop of stempel, op wettig gangbaar geld ingedrukt, deszelfs deugdelijkheid verzekert,   VERKADE, Muntboek 4.
De schellingen, die, om de mindere deugdzaamheid van de meeste derzelve tot op vijf en een halve stuiver waren gereduceerd, werden aan een onderzoek onderworpen, en zij, welke dien ten gevolge geoordeeld werden voor schellingen, dat is voor zes stuivers, te kunnen worden ontvangen en uitgegeven, ontvingen eenen zoodanigen klop. Acht en twintigen verkregen dien uit gelijke oorzaak,   Ald.
(noot). Wegens gebrek aan specie werden op de eilanden Curaçao en andere daartoe behoorende, gebruikt Spaansche matten, die in vijven werden gesneden en met een klop, evenals onze oude schellingen, voorzien,   Nav. 9, 128 a.
Men had …, tijdens het beleg, … de gouden en zilveren muntstukken een ”klop” van een anker gegeven, en ze het dubbele der waardij toegekend met belofte enz.,   V. VLOTEN, Volksopst.² 2, 338.
4.  Als term bij de olieslagerij aan de Zaan. Dat wat men door het slaan van het zaad verdient.
Als zaad b.v. f 200 het last kost en men slaat er voor f 228 olie uit, dan heeft men f 28 klop,   BOEKENOOGEN.
We zellen der wel 'en kloppie uit malen,   Ald.
Samenst. Klopschelling; zie een voorbeeld bij KLOPPEN, B, 10).
— Als tweede lid. Godsklop, harteklop, polsklop (zie die woorden of het eerste lid).
— Verder b.v. Schouderklop, klop op den schouder (POTGIETER 10, 172 [1873]).
Vlegelklop, in Gron.: 1°. vlegelslag; 2°. reep spek langs de ruggegraat (TER LAAN).
Koppel. Eensklops, eensklaps; verg. mnl. tenen cloppe, en zie een voorbeeld bij EENSKLAPS. Misschien is het een drukfout in den ald. aangehaalden tekst.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1936.