Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: KOLONISATOR Volgend artikel: KOLONIST

KOLONISEEREN

Woordsoort: ww.(zw.,trans.)

Modern lemma: koloniseren

bedr. en absol. gebezigd zw. ww. Uit fra. coloniser.
+1.  Met een gebied als voorwerp. Eén of meer volkplantingen, of koloniën in een der onder 2) genoemde bett., in dat gebied stichten; het tot eenkolonie maken.
Coloniseren … bedr. w., coloniser,   V. MOOCK.
— In de vorige eeuw (werd) Oost-Java hoofdzakelijk door Madoereezen … gekoloniseerd,   Encyclop. v. N.-I.¹ 2, 282 a.
Eene landstreek koloniseeren,   KUIPERS.
+2.  Met een persoon of een groep van personen als object.
Afl. Koloniseering.
Men (zou) de kolonisering, ook in Amerika en Azia, allengs kunnen voordzetten,   V. MANEN, Verh. 122.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1939.