Koppelingen:
Vorig artikel: KORTELINGS Volgend artikel: KORTERES(SE)
GTB Woordenboeken: MNW

KORTEN

Woordsoort: ww.(trans.,intr.,zw.)

Modern lemma: korten

KURTEN —, bedr. en onz. zw. ww. Mnl. corten, curten. Van Kort (I). Verg. mnd. nnd. korten, körten; mhd. nhd. kürzen.
+A.  Bedr. (en absol. gebezigd). Korter maken.
+B.  Onz.
Afl. Korting, ongekort (zie die woorden).
— Verder: Kortsel, het afgesnedene, afgesneden stuk, verwijderd deel, afval.
Kortsel. Præsegmina, resegmina, res superfluæ amputatæ,   KIL. [1588].
Körtsel. … Bij beenhouwers. Een stuk ossevleesch dat van het ribbestuk afgekort is … — Stuk van bepaalde lengte dat men van eenen boomstam zaagt,   CORN.-VERVL.
Samenst. en samenst. afl. Kortmes.
Een cortmes, daermen den Honich raten mede snijt ende cort,   CLUTIUS, Van de Byen 96  (zie ook JOOS [1900-1904]).
Kortveter; zie de aanh.
Kortveter. Een riem, die door de draal wordt gestoken, om den vogel (t.w. den jachtvogel) vast te houden. — Kurzfessel. Courtrier,   VERSTER V. WULV., Jagtterm. 83
 (zie ook SCHLEGEL en VERSTER V. WULV., Traité de Fauconnerie 3 b).
Bijvoeg. en Verb. 1941: Het eerste lid is het bnw. kort; het woord behoorde dus niet hier behandeld te worden. Zie nog de volgende aanh.
De kortveter is een riempje van ongeveer vijf duim dat aangebracht wordt tusschen de schoenen en den langveter,   SWAEN, Valkerij 42.
Kortzaag, groote zaag met twee handvatten om boomen in stukken te zagen.
De Trek- of Kortzagen voor het afkorten van zwaar hout,   V.D. KLOES, Wagenm. 240 [1907].
Voor het vellen der boomen en het afkorten der stammen tot zaagbalken wordt de trek- of kortzaag gebruikt,   V.D. KLOES, Bouwm. 4, 162 [1925].
Een kortzaag voor licht werk,   V. ROYEN en DE VOOYS, Mechan. Technol. 1², 67.
— Als tweede lid. Afkorten, inkorten, opkorten, wegkorter (zie die woorden of het eerste lid).
— Verder: Mondkorten, den mond snoeren. Ongewoon.
Uwer A. V. aensien, als de welcke oock de Gheleertheydt … ernstelyck beschermt ende verdadight hebt; ende den Berispers des zelfs ghe-mondt-kort ende gheteughelt,   V. D. EEMBD, Spr. u. Seneca, Opdr.
Uitkorten, wegsnijden.
En als u Korven nu afgezwermt zijn, soo sal men die oude stocken het Was uyt korten, om te vernemen of sy gerechtigh zijn,   Verm. Landt-lev. 3, 51 a.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1941.