Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: KOSTHUIS Volgend artikel: KOSTUMEEREN

KOSTSCHOOL

Woordsoort: znw.(v.,o.)

Modern lemma:

znw. vr., voorheen ook onz., mv. -scholen. Uit Kost (I) en School (I).
School waar de leerlingen mede voeding en huisvesting ontvangen, inrichting van onderwijs met internaat. Evenals School wordt kostschool, wanneer aan zulk een onderwijsgelegenheid in het algemeen en dus niet aan een bepaalde inrichting wordt gedacht, in verbinding met naar, op en van meermalen zonder lidwoord gebruikt. In Z.-Nederl. is het woord een purisme voor pensionnaat. In N.Nederl. wordt tegenwoordig met kostschool zonder nadere toevoeging bijna altijd een school voor jongemeisjes bedoeld.
Een Kostschool t'Amsterdam, In de Wolve-straat,   Kodd. Opschr. 2, 98.
Kostschool houden. Tenir Ecole pensionnaire,   MARIN  (ed. 1717).
Op 't Kostschool leerde ik bezigheden, Geschikt voor lieden van fatsoen; Wat fransche taal, wat fransche zeden, En meerder heb ik niet van doen,   WOLFF en DEKEN, Econ. L. 2, 192 [1781].
De scholieren, die verre van het ouderlijk huis met dwang in eene kostschool worden opgevoed,   CONSC. 1, 129 b [ed. 1867].
Dat er ergens in eene bloeiende landstad van Gelderland eene druk bezochte kostschool bestond, vooral ten dienste van jongelieden uit fatsoenlijke en gegoede familiën,   TEN BRINK, Rom. 4, 124.
Bakvischjes versch van de kostschool,   V. EEDEN, Stud. 1, 93 [1889].
Marianne, die van kostschool voor goed thuis was gekomen,   COUPERUS, E. Vere 3, 74 [1889].
Steedsch, dat ze geworden was in kleedij en doenwijze! De kostschool had het boerinnetje van Wijnvoorde wonderbaar ontbolsterd,   SABBE, Vl. Menschen 211.
—  Fransche kostschool: waar Fransch de omgangstaal is. Latijnsche kostschool: waar Latijn wordt onderwezen.
Het Fransche Kostschool te Delft,   Denker 1, 137 [1764].
Zoodanig een Fransch Kostschool is eene Academie, daar men … van elks wat en niets zaaklyks onderwyst,   BERKHEY, N.H. 3, 1304 [1773].
Op mijn vierde jaar kon ik reeds goed lezen, dus konden op mijn vijfde mijne ouders mij reeds daaglijks met vrucht de Fransche kostschool doen bezoeken van de weduwe S.,   D. J. V. LENNEP, in J. V. LENNEP, Lev. v. D. J. v. L. 1, 1.
— Myn Vader … bestelde my in een Latynsch Kost-school, en zond my vervolgens naar de Akademie,   Philanthrope 4, 65 [1760].
—  Op (een) kostschool doen, zijn, liggen, naar (een) kostschool zenden, en derg. In Z.-Nederl. bezigt men de praep. in als vertaling van fr. dans of en.
Zij … werd door haar voogd … op een kostschool gedaan,   BOHN-BEETS, Onze Buurt 249.
Meneer en mevrouw hadden hunne veelbelovende tweede dochter J. naar een Brusselsch kostschool gezonden en nu was zij teruggekomen, om hare moeder op taalfouten te betrappen,   TEN BRINK, Rom. 4, 17.
(Zij) had twee volle jaren … in eene van de eerste kostscholen gelegen, waar men alles leerde, tot dansen toe,   BERGMANN, Nov. 78.
Ze in de kostschool doen?   LOVELING, Sophie 404 [1885].
De knaap, die door zijn vader bestemd was om koster te worden, werd … te Contich … in eene kostschool geplaatst,   ROOSES, Schetsenb. 5
 (zie ook LOVELING, D.E. 22 [1891]).
U moest haar nog eenigen tijd op kostschool leggen,   COSINUS, Kippeveer 1, 293.
(De kinderen) waren nooit te huis, maar in den vreemde in een kostschool,   WATTEZ, Wout. J. J. 24.
Mama vindt, dat de jongens te oud worden, en dat ze naar kostschool moeten,   COUPERUS, E. Vere 2, 87 [1889].
Afl. Kostscholier, purisme voor fr. pensionnaire.
Langs de sacristij kwamen de nonnekens binnen, voorafgegaan door een rij jonge meisjes, hun kostscholieren,   WATTEZ, J. Harten 8.
Samenst. en samenst. afl. Kostschoolhouder.
Egidius Timmerman Fransch Kostschoolhouder te Woudrichem neemt jonge Heeren in de kost,   Uit een prospectus a°. 1748, in Taxandria 16, 14 a.
Een Fransch Kostschoolhouder leert het Fransch, Engelsch, Hoogduitsch, Latyn, en de Hollandsche Taal … in den grond,   BERKHEY, N.H. 3, 1304 [1773].
Een accoord …, waarbij de kostschoolhouder zich zijnerzijds plechtig verbonden had om den bengel, dien men hem toevertrouwde, als een gewonen jongen weer af te leveren,   DE VEER, Toen … en nu 58  (zie ook MARIN).
Vandaar: kostschoolhouderes.
Mijnheer schilderde de toekomst zóo verleidelijk — een goevernante behoorde eigenlijk tot de familie; een kostschoolhouderes kon in haar ouderdom stil leven, als ze niet vóor dien tijd door een kostschoolhouder ten huwelijk was gevraagd,   SCHIMMEL, B. v. Omm. 1, 202 [1870].
Kostschoolidee.
Dat zijn nu allemaal van die mooie kostschoolideeën, maar daar storen we ons niet aan. Ik zeg dat het niet gebeurt,   DAUM, Raad v. I. 265 [1888].
Kostschooljongen.
Zijn mond gaapt wijder dan Een kostschooljongen voor een biefstuk gapen kan!   DE GÉNESTET 1, 234 [1849].
Kostschoolleerling.
De omgang met de kostschool-leerlingen was een oefenschool van hart en geduld (voor de onderwijzers),   DE VEER, a. w. 48.
Daar men er (in de studiezaal) al de kostschoolleerlingen bijeenvond, die voor een deel des morgens waren teruggekomen, vooreen deel op Rustenburgh overwinterd hadden,   TEN BRINK, Rom. 5, 106.
Kostschoolleven (DE VEER, a. w. 25).
Kostschoolmanier.
Kostschoolmanieren heb ik nooit kunnen aannemen!   BOSB.-TOUSS., Maj. Frans 171.
Kostschoolmeisje.
Dat dol danslustige, echt jong-vroolijke kostschoolmeisje,   ROBBERS, B. Bandt 58.
Kostschoolmethode.
Hij werd dus een echt product van 'tgeen de kostschoolmethode willens of onwillens leert,   VITRINGA, Keesje Putbus 233.
Kostschoolonderwijzer, kostschoolonderwijzeres.
Uit het groote corps van kostschoolonderwijzers van hoogen en lageren rang zijn enkele voortreffelijke figuren voortgekomen,   DE VEER, a. w. 47.
Kostschoolopvoeding.
Ik (acht) 't een zegen dat de kostschoolopvoeding niet de eenige hier te lande meer is,   DE VEER, a. w. 57.
Kostschoolromannetje.
Een engelsch kostschoolromannetje,   DAUM, Raad v. I. 234 [1888].
Kostschoolsysteem.
Een van de ernstige bezwaren …, die men op grond van de nieuwere psychologische inzichten omtrent de verhouding der geslachten tegen het oude kostschoolsysteem kan hebben,   WINKLER PRINS, Encyclop. 10, 702 b.
Kostschoolvriend(in).
De couvertjes met rooskleurige briefjes …, waarin voor eeuwig verbondene kostschool-vriendinnen elkaar hare hartsgeheimen vertrouwen,   GORTER, Lett. Stud. 1, 287 [1868]
 (zie ook V. EYK, Int. Revue 10) .
— Als tweede lid. Dameskostschool.
Er was in dezelfde stad ook een dames-kostschool,   DE VEER, a. w. 92.
Ik heb mijne opvoeding te Brussel genoten op een groot dameskostschool,   TEN BRINK, Rom. 1, 14.
Jongenskostschool.
Kinderkostschool (Dl. VII, 3003).
Meisjeskostschool.
Dat men in de meisjeskostscholen vijandschap inboezemt ”voor de taal, die nochtans nooit bezoedeld is geweest door Zola en andere pornografen”,   VERMEYLEN, Opst. 1, 48.
Nonnenkostschool (Dl. IX, 2064).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1941.