Koppelingen:
Vorig artikel: KRUIWAGEN Volgend artikel: KRUIZEN I
Etymologie: EWA, EWN
GTB Woordenboeken: MNW

KRUIZEMUNT

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: kruizemunt

znw. vr., mv. -en. Mnl. crusemunte; hd. krausemünze; verg. lat. mentha crispa. Uit den verbogen vorm van het bnw. kruis, den zuiver nndl. vorm van Kroes (II) die door KIL. [1599] wordt opgegeven, en Munt (II); gewestelijk ook kroezemunt, welke vorm, als twee woorden geschreven, ook bij BILD. wordt aangetroffen maar door hem wel niet aan 't werkelijk gebruik ontleend zal zijn.
Eigenlijk de naam voor de gekroesde verscheidenheid van een uitheemsche maar hier te lande veel gekweekte soort van het plantengeslacht Mentha, bekend als Mentha crispa, maar vervolgens ook toegepast op de gekroesde verscheidenheden van verschillende inheemsche soorten van het genoemde geslacht; zie daarvoor HEUKELS 154 e.v. [1907].
De echte Kruize-, dat is Kroeze Munt, dus genaamd wegens de Gekruldheid der Bladen,   HOUTTUYN, Nat. Hist. II, 9, 321 [1778].
Kamillebloemen, de kalmoes, kruis en munt enz.,   BERKHEY, N.H. 8, 490 [1810].
Kruise-munte (van veele kwaalijk Kruis en munte genoemt),   CHOMEL 2213 b [1771].
(De) Kroeze en Peper-munt, zoo prikklend in de keel,   BILD. 6, 435 [1806].
Bij 't veerhuus bezijen den hoogen Riendiek doar sting kruuzemunt, 'en heeleboel,   CREMER 13, 109 [1866].
Samenst. Kruizemuntkruid, o.a. als naam voor Watermunt, Mentha aquatica (HEUKELS 154 [1907]) (”De bladen, nog aan de takken vastgezeten, Kruisemuntkruid (Herba Menthae Crispae), zijn bijkans ongesteeld, hartvormig of eirond”, Ned. Apoth.² 195)
Kruizemuntolie, de vluchtige olie, door distillatie verkregen uit de bladeren der gekroesde variëteiten van verschillende soorten van Mentha (Suppl. Ned. Pharmacop.³ 140)
Kruizemuntstroop, mengsel van kruizemuntolie en eenvoudige stroop (a. w. 193)
Kruizemuntwater, water, vermengd met eene oplossing van één deel kruizemuntolie in negen deelen sterken spiritus (a. w. 28).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1908.