Koppelingen:
Vorig artikel: LOOPER Volgend artikel: LOOPING
Etymologie: EWA

LOOPGRAAF

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: loopgraaf

znw. vr., mv. -graven. Plompe vertaling van hd. laufgraben: de juiste is loopgracht, dat voorheen ook nu en dan gebruikt werd (zie LOOPEN (I), Samenst.); HOOFT heeft als enkelv. loopgraf gevormd.
+1.  Droge gracht met borstwering, bij een belegering of in een verdedigingsstelling gegraven om daardoor te kunnen loopen en zoodoende de belegerde sterkte veilig te naderen enz., of om zich te dekken tegen het vijandelijke vuur.
Den xxiijen werden opde suytsijde vande stadt de loopgraeven bij schoenen daege gegraeven,   DUYCK, Journ. 1, 10 [1591].
Die Loop-graven, Batteryen, Galeryen, ende andere Trenchéen, tot naerderinge ende approche der Steden ende sterckten dienende … sullen gemaeckt worden by de ghemeene Krijghs-luyden,   Gr. Placaetb. 2, 343 [1599].
Trenchee, is een Loop-grave in der aerden gedolven, ende naer de zijde van de Stadt ofte Schansse vanden Vyandt opgheworpen, om 't Krijghs-volck te bergen,   Nota vóór V. METEREN, Hist.
Waar de Spaanschen een' myn, oft loopgraf dolven, wrochten die van der stadt daar teeghen aan,   HOOFT, N.H. 301 [1642]
 (zie ook HOOFT, N.H. 298 [1642]).
Hy … Besichtighde wat vry, op 't uyterste der loopgraef …, wat hem de mijn voor hoop gaef,   VONDEL 2, 621 [1627].
Hij waagde zich met Joan Maurits in de loopgraven, die zoowel door onze krijgslieden als door de met hen vereenigde Fransche troepen voor die vesting (t.w. voor Lochem) werden aangelegd,   VEEGENS, Hist. Stud. 2, 137 [1884].
Loopgraven is de naam van de gangen, die door de belegeraars van een vesting gegraven worden, om de vesting te naderen. De loopgraven, die evenwijdig loopen met de vesting heeten parallellen, de loopgraven, die deze met elkander verbinden en naar de vesting leiden, heeten approches,   WINKLER PRINS, Encyclop. 11, 493 a.
De loopgraven aan den Yser, de Oise, de Aisne, de Maas en de Moesel,   in Milit. Spect. 1915, 225.
De Franschen (hadden) zich … in stellingen genesteld, welke zich als een netwerk van loopgraven … uitstrekten,   236.
Het binnendringen van de loopgraaf,   V. MUNNEKREDE, in Milit. Spect. 1915, 282.
Op plaatsen, waar de loopgraven der beide partijen zeer dicht — soms 16 meter — van elkaar zijn gelegen, wordt zelfs uitsluitend met handgranaten gevochten,   725.
De aanstormende vijanden, die … voortsnelden en ten slotte de loopgraven met de bajonet namen,   728.
+2.  Bij vergelijking in oneig. toepassingen van de bet. 1).
Samenst. Loopgraafgeschut (”Loopgraafgeschut … wordt in den modernen oorlog veel aangewend tot het slingeren van bommen, luchttorpedo's, vuurpijlen enz. naar de vijandelijke liniën. Veelal dienden in den grooten wereldoorlog daartoe allerhande geimproviseerde vuurmonden of wel oude mortieren”, WINKLER PRINS, Encyclop. 11, 493 a)
loopgraafkat (”Men verhoogt deze takken (t.w. zijtakken van approches) door rijen schanskorven tot zoo ver, dat daarachter opgestelde infanteristen de facen van den bedekten weg kunnen overzien en in de lengte bestrijken, om de verdedigers daaruit te verdrijven. Deze verhoogde takken worden loopgraafkatten (cavaliers de tranchée) genoemd”, LANDOLT 2, 320 [1862]; ”(Den) bedekten weg …, van twee loopgraaf-katten fel bestookt”, BOSSCHA, Held. 2, 579)
loopgraaflinie (”De 1e linie wordt gewoonlijk gevormd door 3 ongeveer evenwijdige loopgraafliniën, waarvan de voorste de hoofdverdedigingslijn vormt”, V. MUNNEKREDE, in Milit. Spect. 1915, 734; ”De millioenenlegers van den grooten Wereldoorlog hebben duizenden kilometers lange loopgraafliniën aangelegd, teneinde zich in het terrein te kunnen handhaven tegenover de vernietigende uitwerking der moderne schietwapenen”, WINKLER PRINS, Encyclop. 11, 493 a)
loopgraafoorlog, loopgravenoorlog (”Het loont niet de moeite dag voor dag na te gaan, wat er op het groote front is gebeurd; het karakter van dien strijd is het best te omschrijven door het woord loopgraven-oorlog”, in Milit. Spect. 1915, 238; zie ook 280)
loopgraafpantser (”Loopgraafpantser. Vervoerbare, draaibare pantseropstelling, bestemd voor vuurmonden van klein kaliber”, ZWIERS 2, 39 b [1920])
loopgravenpoëzie: in de loopgraven gemaakt
loopgravenstelling, op de volgende plaats in fig. verband (”De Noord-Zuid loopende isoglossen zouden dan als evenzoo vele ”frontlijnen” beschouwd moeten worden, die nog thans nauwkeurig aangeven in welke zones het langst de wederzijdsche loopgraven-stellingen zijn ingenomen”, KLOEKE, in Tijdschr. v. Ned. Taal- en Letterk. 39, 270)
loopgraafstelsel, loopgravenstelsel, in verschillende bett. (”Het Fransche en het Duitsche loopgraafstelsel”, V. MUNNEKREDE, in Milit. Spect. 1915, 283; ”In de nabijheid van onze groote garnizoenen worde aangelegd een compleet loopgravenstelsel van voldoende breedte en diepte om daarin oefeningen met ten minste één bataljon te kunnen houden”, V. D. AKKER, in Milit. Spect. 1918, 91)
loopgraafstoel (”Gewonden moeten zoo mogelijk niet in brancards, maar in loopgraafstoelen vervoerd worden”, FROGER, in Milit. Spect. 1918, 39)
loopgraafwacht, loopgravenwacht (”Deze loopgraaf … werd … parallel genoemd. Hierin werd nu de loopgraafwacht opgesteld, manschappen bestemd om de batterijen en de belegeringswerken te bewaken”, LANDOLT 2, 317 [1862]; ”De loopgravenwacht moet de loopgraven tegen uitvallen der belegeraars beveiligen”, 2, 319)
loopgraafwachter (”De loopgraefwachters sien den oord van Cazimir Gelijck in lichten brand”, VONDEL 2, 619 [1627])
loopgravenworsteling (”Den eindeloozen positiekrijg, … de eentonige loopgravenworsteling, die wij nu reeds maanden in het Westen gadeslaan”, in Milit. Spect. 1915, 223); enz.
— Als tweede lid. Gemeenschapsloopgraaf (”Achter de voorste linie, en door gemeenschapsloopgraven daarmede verbonden, bevinden zich de scherfvrije schuilplaatsen voor ondersteuningstroepen en reserves”, V. MUNNEKREDE, in Milit. Spect. 1915, 283; ”De 3 liniën zijn onderling verbonden door gemeenschapsloopgraven; die bij voorkeur geheel overdekt … zijn”, 734), naderingsloopgraaf (”Met behulp van opgeworpen grond en vooral met behulp van zandzakken, legt men zelfs naderingsloopgraven aan” (t.w. in terrein waar ingraving onmogelijk is), V. SLOBBE, in Milit. Spect. 1918, 341)
schijnloopgraaf (”De … schijnloopgraven, welke men zal aanleggen, wanneer de verdediger ook schijnschuilplaatsen maakt”, V. SLOBBE, in Milit. Spect. 1918, 340); enz.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1922.