Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: LUSTHUIS Volgend artikel: LUSTIGHEID
GTB Woordenboeken: MNW

LUSTIG

Woordsoort: bnw., bw.

Modern lemma: lustig

bnw. en bijw. Mnl. lustich; mnd. lustich, nnd. lüstig; mhd. lustic, nhd. lustig (voorheen ook lüstig). Van Lust.
+A.  Bnw.
+B.  Bijw.
Afl. Lustigheid, onlustig, verlustigen (zie die woorden)
lustiglijk, bijw. (KIL.).
Samenst.
Alzo wy bevonden hebben dat vele daer smaec-lustich ende begheerich na gheweest zijn, om tzelve noch eens t'over-lesen,   VONDEL 1, 41 [1612].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1924.