Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: MALEN II Volgend artikel: MALEN IV
GTB Woordenboeken: MNW, MNW, MNW

MALENIII

Woordsoort: ww.(trans.,zw.)

Modern lemma: malen

bedr. zw. ww. Mnl. malen (VERDAM 4, 1061), beantwoordende aan een der Oudgermaansche ww., afgeleid van het znw. dat bij ons luidt maal (teeken): got. mêljan, ohd. mâlôn, mâlên enz.
Eigenlijk: met een teeken voorzien (verg. de aanhaling uit HUYGENS); vandaar: teekenen, afbeelden, schilderen enz. Thans verouderd, behalve in dichterlijke of gekunstelde taal.
Als hy (een schilder) aldus zagh syn schoon weerck ghefaeld …, Hy heuet op een andere ploye ghemaeld,   DE CASTELEIN, Const v. Rhetor. 27 [1548].
Beelden oft Ghelijckenissen, tzy ghesneden oft ghemaelt,   MARNIX, Byenc. 1, 2  (bl. 11 b).
Criexkens … Ghelijc op Venus borstiens bloot Apelles maelde vast,   V. D. NOOT (ed. STALLAERT) 54.
Op eenen tijt vant ick beschreven, Aen eenen wandt, ghemaelt met krijt, Wie datter enz.,   Veelderh. Gen. Dicht. 168.
Ghemaalde bloemen ruyken niet,   SPIEGHEL 268.
Vermits haer teere pen soo schoone letters maelt,   CATS 2, 120 b [1635].
Vaanen en wimpels, daar men de waapenen zyner heerlykyen in gemaalt zagh,   HOOFT, N.H. 17 [1642].
Een gemaelde roos,   VONDEL 7, 656 [1661].
Soo moet hy wat hy doet sien maelen met de koôl (d. i. ongunstig beoordeeld zien),   HUYGENS 1, 151 [1624].
De Son haar met geen kryt noch koolen maalen laat,   V. HEEMSKERK, Arc. 40.
Het stuk, dat Antony van Dyk … gemaald … heeft,   V. EFFEN, Spect. 9, 215 [1734].
Langzamerhand liet zijn meester hem toe ook wapens te malen,   BEETS, C.O. 306 [1839].
Een gelijkend afbeeldsel te malen,   SLEECKX 1, 136 [1861].
—  In toepassing op zekere handwerken; verg. lat. acu pingere.
Ander vrouwen tuyg, gemaelt, genaeit, gesteken,   CATS 2, 98 a [1635].
Ziet die duim, met goude draeden Maelen kostele gewaeden,   HOOFT, Ged. 1, 213 [1623]
 (verg. D. HEINSIUS, Poëm. 33) .
—  Oneigenlijk.
Datmen … ghemaelt sagh op mijn wesen Sulck een vrolijck bly ghemoed Dat enz.,   V. HEEMSKERK, Minne-kunst enz. 299.
Wanneer zy (t.w. de natuur) zonder draet of naelt Ons een tapyt van bloemen maelt,   ZEEUS, Ged. 25.
Wonderzoete tooverdroomen …, die de toekomst maalt,   LOVELING, Ged. 130  (ed. 1870).
—  Dikwijls is sprake van het malen met woorden.
D'een (t.w. de schilderkunst) verwich wijst, en d'ander (t.w. de woordkunst) met … By-woorden mhaelt,   V. MANDER, Bucol. I [1597].
Nu maal ik … Den grooten Vader van de volken naar het leven,   HOOGVLIET, Abr. 1 [1727].
Als Maro en Homeer het bloedig strijden malen,   DA COSTA 1, 6 [1812].
Afl. Maler, bemalen, vermalen (zie die woorden).
Samenst. Maalkunst (”Maalkonst van leevende beelden en woorden”, HOOFT, Rampz. 1; zie nog DE BRUNE, Wetst. 1, 90 [1644]; POOT 1, 289 [c. 1715])
malenstok, schilderstok (”Maalstok en palet”, BILD. 6, 418 [1806]; zie ook H. H. KLIJN, Ged. 1, 82 en HUYGENS 2, 200 [1652]).
— Met een bnw. (zeldzaam).
Sulcken zielcieraet, dat (niet) … eenig konstenaer, hoe maalrijck van verstant Door veruw te voor-schijn brenght,   CAMPHUYZEN, Sticht. Rymen 220 b (ed. 1647).
— Als tweede lid. Afmalen (zie ald.)
voormalen, voorstellen (VISSCHER, Brabb. 53 [c. 1600]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1904.