Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Aanvulling
Vorig artikel: MONTANT Volgend artikel: MONTEERING
Etymologie: EWN, EWN, EWN

MONTEEREN

Woordsoort: ww.(intr.,trans.,zw.)

Modern lemma: monteren

onz. en bedr. zw. ww. Van fr. monter. Mnl. monteren. In de volgende beteekenissen in het latere Ndl. voorkomende.
A.  Onz. — Beloopen, bedragen; thans in onbruik.
Dat niemandt … meer schulden en maecke, als een Maent sijnder soldye en maecke, als een Maent sijnder soldye sal komen te monteren,   Gr. Placaetb. 2, 368 [1629].
't Schip De Beets geladen met … rijs ende andere cleijnicheden, monterende f72647: 2: 2,   Daghreg. Bat. 2, 4 [1631].
Sijn drie achterstallyge jaren pensioen, monterende te samen tot 12000 gulden,   N. V. REIGERSB., Br. 498  (zie nog Gr. Placaetb. 4, 696 a [1683], enz.).
+B.  Bedr.
Afl. Monteering (zie ald.)
ongemonteerd (”Gemonteerde en ongemonteerde schepen”, in Bijdr. Hist. Gen. 18, 244).

Aanvulling bij MONTEEREN

Afl. Monteerbaar.
Eventueel kunnen ook andere monteerbare of in dit werk te storten plaatvloeren bij dit systeem worden gekozen,   Bouwk. Encyclop. 1, 641 a [1954].
Er wordt gebruik gemaakt van een betonskelet, bestaande uit monteerbare raamspanten,   Bouwk. Encyclop. 2, 474 b [1955].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1907.