Koppelingen:
Vorig artikel: MUMMELEN Volgend artikel: MUMMIFICEEREN
Etymologie: EWA, EWN

MUMMIE

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: mummie

— daarnaast andere vormen —, znw. vr. Nog in de 18de E. komt ook voor mumie, dat overeenkomt met den lateren Latijnschen vorm mumia (zie b.v. DU CANGE); de dubbele m in het schrift is eene aanwijzing dat mummie is ontleend aan ofr. mummie. De oudere taal kent ook een vorm mommije, die aan ofr. mommie is ontleend (zie boven kol. 1051). De nu gewone klemtoon op de eerste syllabe van mummie is te verklaren uit eene uitspraak múmia van het geschreven Latijnsche woord, en komt bovendien met ons taaleigen overeen; in de oudere taal heeft vaak de tweede lettergreep het accent.
+1.  De vorm mumia (ook in Griekschen vorm vermeld als μουμα en μμιον) stelt voor arab. moemia (dat men houdt voor eene afleiding van perz.-arab. moem, was). Dit was de naam voor verschillende soorten van asphalt (zie boven kol. 1051), en inzonderheid voor eene stof die men gevonden heeft in Egyptische graven (verg. DOZY, Supplém. 2, 625: almoemia alkubûrî); het is de stof waarmede men de lijken balsemde. Zij werd gebruikt als geneesmiddel o.a. tegen beenbreuken, doch het volksgeloof meende soms, dat het met die stof behandelde menschenvleesch die kracht bezat; een waarschuwing tegen die dwaling vindt men bij CHOMEL 2212 b [1771]: ”Het geene men in een Apotheek Mumie noemt (is) niet het vleesch dier lijken, maar de compositie waar mede men dezelve balzemde”. Verg. ook Nav. 2, 61.
Mommie, mummie, pissasphaltum factitium, vulgò mummia, mumia,   KIL. [1599].
+2.  Als voorwerpsnaam. Een gebalsemd oud-Egyptisch lijk (vroeger een enkele maal in toepassing op een lichaamsdeel); de thans gebruikelijke beteekenis.
Om … grafspelonken in gerooste woestenyen, Te plonderen van hun gebalsemde Mumyen,   ANTONIDES 1, 7 [1671].
Stucken van Mumia of gebalsemde menschen,   V. BLEYSWIJCK, Beschr. v. Delft 584.
Men vertoont hier Wonderen in de Spullen. Onder anderen een leevende Mummie, die over 1800. jaren in de Zand-zee verdroogt is,   DOEDYNS, Merc. 1, 513 [1698].
My (werden) … vertoont 36 kassen van zilver …: in een (was) … de hant van den Evangelist Markus, ziende daer uit als een Mumy,   DE BRUYN, Reizen 2, 69 b [1714].
Groot Kairo, daar ook nog eenige Vaart op is, levert … ook Mummien, of gebalzemde Lighaamen van voornaame afgestorvene Egiptenaaren uit, van welken men in de Geneeskunde eenig gebruik maakt,   Teg. Staat d. Ver. Ned. 1, 616 [1739].
Op mijne laatste reis door Egypte heb ik het graf ontdekt van den beroemdste aller Pharao's, en ik heb zijne mummie hier in mijne verzameling gebracht,   CONSC. 3, 392 b [ed. 1868].
De mummies gaan kijken (populaire uitdr. voor: een bezoek brengen aan het Museum van Oudheden te Leiden).   poëem WNT
Afl. Mummieachtig (”Zijn mummieachtig hoofd beefde” (t.w. van een kindschen ouden man), GERMONPREZ, Nov. 92 [1901]).
Samenst.
Mumie-balsem; of Mumie-gom; daar door verstaan zommige een zeker balsem of gom, die uit de mumie getrokken is; dog andere willen dat hij niets anders is als de Asphalt of Jooden-lijm, die zeer dienstig tot 't Balsemen der doode Lighaamen is, en die men meent in oude tijden, bij de Egiptenaren veel daar toe gebruikt te zijn,   CHOMEL 2213 a [1771].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1908.