Koppelingen:
Vorig artikel: NAREDE Volgend artikel: NAREKENEN

NAREIZEN

Woordsoort: ww.(trans.,zw.)

Modern lemma: nareizen

bedr. zw. ww.
Achter iemand aan reizen, gewoonlijk met het doel hem in te halen of althans te komen waar hij komt. Alleen in de latere taal.
Hy heeft … geen moeite gespaard om u overal na te reizen,   WOLFF en DEKEN, Leev. 7, 265 [1785].
Hebt gij mij daarom nagereisd, vervolgd …, om mij nu te verstooten?   PIERSON, Mériv. 2, 197
 (zie nog SCHIMMEL, Dram. P. 1, 183 [1848]).
Die professor houdt in verschillende steden voordrachten, en wordt door eenige vereerders nagereisd.  
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1909.