Koppelingen:
Vorig artikel: NEDERHELLEN Volgend artikel: NEDERHOOS
GTB Woordenboeken: MNW

NEDERHOF

Woordsoort: znw.(m.,o.)

Modern lemma: neerhof

— gewoon is ook NEERHOF —, znw. m. en onz. Mnl. nederhof. In N.-N. thans niet meer in gebruik. Een samenstelling, overeenkomende in vorm met fr. basse-cour.
+1.  Bij een hofstede of kasteel: de bijgebouwen en terreinen, waar de huisdieren worden gehouden (paarden, honden, vee, gevogelte). Verg. OPPERHOF.
Een huis van plaisance, staende op eene schoone bewalte mote, ende daerneffens een nederhof, wel behuyst ende beplant,   bij STALLAERT 2, 230 b [1551].
't Neder-hof, Daer de beesten, groot en grof … geven Melck, caes, boter,   HONDIUS, Moufe-schans 58 [1621].
En aangaande de reste van den huise of den neerhof daer en is niet veel aan gelegen waar dat ghy die stelt, hoewel dat seer wel te passe soude staen tegen het Noorden,   bij BERKHEY, N.H. 9, 49 [1602].
2.  Thans nog bekend in Z.-N. in den zin van: ”de pachthoef, bij een kasteel gelegen, alwaar de kasteelgasten boter, kaas, melk, eieren enz. kunnen krijgen” (SCHUERM. [1865-1870]).
Paard en rijtuig waren bij den boer van het neerhof ontleend,   LOVELING, Polyd. en Theod. 14.
Hij (las) … romans, of praatte met de werklieden, en kon … uren lang rondslenteren in den moestuin … of in de paardenstallen van het neerhof vertoeven, en als de vacance ten einde was, dacht hij aan de hoogeschool niet meer,   37.
Het … gegaggel der kalkoenen op 't neerhof,   DE VOS, Vl. Jongen 92  (zie de noot ald.).
3.  Soms meer: open terrein om en tusschen de gebouwen eener hoeve; werf.
De schuur …, die zich achter 't huis bevond en er door een breeden neerhof was van gescheiden,   SLEECKX 14, 15 [1868].
Op den neerhof liepen eene talrijke vlucht hennen en kiekens, onder de hoede van twee … hanen, rond,   SLEECKX 14, 15 [1868].
Op 't neêrhof kwamen zij (de duiven) haar op de schouders gevlogen, als zij met haar mandje vol graan … verscheen om het hun toe te werpen,   WATTEZ, Koningsk. 155.
4.  Plein tusschen het woonhuis van een buitenplaats en de poort waardoor men binnenkomt; voorplein.
Tot noch toe treden wy in 't Voorburght van 't groot Hof, In 't Neer-Hof van 't Kasteel,   HUYGENS 1, 336 [1651].
Een neer-hof … dat op een groene sprey Met bloemkens rijck omboort … Ontfangt wie Ockenburgh begaet …, En is een graesigh Pleyn, dat Coets en paerden lijdt, En tusschen poort en huys legt vierkant in sijn muyren,   WESTERBAEN, Ock. 92 [1653].
5.  Een der binnenpleinen in een kasteel (in het Fr. staat basse-cour tegenover cour d'honneur).
Een maiboom, geplant op den nederhof van Louvre,   HOOFT, Henr. de Gr. 176 [1626].
Mansveldt (had) in den neederhoove van 't huis te Kouwestein een' groote platte kat opgeworpen,   HOOFT, N.H. 1005 [c. 1645].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1910.