Koppelingen:
Vorig artikel: ONDERBED Volgend artikel: ONDERBEK

ONDERBEEK

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: onderbeek

znw. vr., mv. -beken; verkl. -beekje, mv. -jes. Uit het bijw. Onder (1ste art., 44, b, α, 3°) en Beek.
De lager liggende beek, waarin het water, dat een molen drijft, nederstort; in tegenstelling van de Bovenbeek.
De onderbeek van den kopermolen staat hoog. Het molenrad brengt het water in de onderbeek.   poëem WNT
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1875.