Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: ONWAARGENOMEN Volgend artikel: ONWAARNEEMBAAR
GTB Woordenboeken: MNW

ONWAARHEID

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: onwaarheid

znw. vr., mv. -heden (in de bet. 2). Van Onwaar met -heid.
+1.  Abstract: de hoedanigheid van onwaar te zijn.
2.  Concreet: een onwaar gezegde, eene onware bewering en derg.; euphemistisch voor: leugen.
Ik heb later in een boek gelezen, dat de Belgen te Leuven slechts 7000 man telden. Dit schijnt mij eene onwaarheid,   CONSC. 1, 123 a [ed. 1867].
Men staat verbaasd over de naïveteit, waarmee vaak … de grofste onwaarheden worden staande gehouden,   MULTATULI 1, 165 [1881].
Men leze het boek (Max Havelaar) nog eens over, en vrage zich af of ik … onwaarheid kan hebben gesproken,   MULTATULI, Br. 5, 24.
Onze brave meester is een geus? … Onwaarheid — dát weet ge wel,   TEIRL., Cil. 126.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1892.