Koppelingen:
Vorig artikel: OPSTAMPEN Volgend artikel: OPSTANDELING
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

OPSTAND

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: opstand

znw. m., mv. -en. Van Opstaan, in navolging van het znw. Stand. In de volgende opvattingen.
+1.  Het opstaan, het oprijzen van den grond, uit den slaap enz. Ook fig. Thans ongewoon.
Den Val ende Op-stand van den Coninck … David,   titel van een werk van DE HARDUYN.
Want sulck ontwaken hem soude moghen dienen tot een opstandt uyten slape der zonden,   COORNHERT 1, 185 a [2de h. 16de e.].
Elcke neerlaghe is een trap tot een nieuwen op-stand,   DE BRUNE, Bank. 1, 335 [1657].
2.  Het opkomen van hemellichamen, opgang. Thans ongewoon.
De Son … als sy … doet opstandt, Of als sy haer verberght in s'waters baren,   V. MANDER, Bucol. 86 [1597].
Ten opstandt der sterren,   Ald.
De zon ging, even schoon als by haer opstand onder,   V. DUYSE, Vad. Poëzy 2, 90.
+3.  Het opstaan, verzet tegen iemand of iets, inzonderheid tegen de over iemand gestelde machten of het wettig gezag.
Een opstand dempen, onderdrukken.   poëem WNT
Opstandt tegen den Heer (t.w. den landheer),   V. HEEMSKERK, Arc. 438
 (zie ook REITZ, Rusl. 1, 22).
Het berigt … dat te Brussel in den vorigen nacht een opstand was uitgebroken,   BOSSCHA, Lev. v. W. II 417 [1852].
De voorname aanleider des opstands,   CONSC. 3, 215 a [ed. 1868].
Men … dreigt hem met den openlijken opstand,   BEETS, Versch. 2, 69.
Het bedwingen van den opstand,   FRUIN, Tien J. 7 [1859].
Toen Norfolk zich gereed maakte de vaan van den opstand te ontrollen,   11.
(Dit) zou het sein wezen van een algemeenen opstand,   SCHIMMEL 3, 64 a [1864].
4.  De opstal, het geheele samenstel van iets met wat er bij behoort. B. v. van een winkel: het geheele houten geraamte dat voor de uitoefening van het bedrijf noodig is: kasten, toonbank enz.; in eene drukkerij: de pers met toebehooren enz.
Uit de hand te koop: De Opstand eener geheele Apotheek, met al de daartoe Benoodigdheden,   Uit een dagblad [1856].
5.  In de bouwkunde. Verticale projectie van eenig voorwerp op papier. Inzonderheid bij architecten: Meetkunstige afbeelding van den voorgevel van een gebouw.
Bij het bestek zijn gevoegd: plattegrond, opstand en doorsneden.   poëem WNT
— Zulke opstand wordt in teekeningen, voor de praktijk geschikt, door de verticale projectie van het voorwerp voorgesteld,   PIJTAK 438 [1848].
Figuur … 4 is de opstand, of zoo men wil, de doorsnede van gemelde hooibarg,   BERKHEY, N.H. 9, 235 [1811].
Eén teekende platte gronden en opstanden uit een werk van bouwkunst na,   KNEPPELH. 8, 210 [1857].
Afl. In de bet. 3). Opstandeling (zie dat woord). — Verder: Opstandiging, opstand (b.v. OUDAAN, Roomsche Mog. 91). — Vergelijk ook Onopstandelijk.
Samenst. In de bet. 2). Zonopstand, zonsopgang (”'s morgens vroeg vóór zonopstand”, LEDEGANCK 273). — In de bet. 3). Volksopstand (V.D. PALM, Gedenkschr. 43 [1816]). — In de bet. 4). Winkelopstand (”Een winkelopstand te koop”). — In de bet. 5). Opstand(s)teekening (b.v. KROOK, Molenb. 64 [1850]; V. HOUCKE en SLEYPEN, Mets. 264 [1897]); verder als tweede lid: lengteopstand, overlangsche opstand, zijopstand, opstand van den zijgevel (V. HOUCKE en SLEYPEN, Mets. 264 [1897]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1903.