Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Aanvulling
Vorig artikel: ORGANIEK Volgend artikel: ORGANISATOR

ORGANISATIE

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: organisatie

znw. vr., mv. -s en organisatiën. Van fr. organisation, dat ook in andere talen is overgenomen.
1.  Met betrekking tot dierlijke en plantaardige organismen. De wijze waarop de verschillende organen van een levend wezen onder elkander verbonden zijn, samenstelling of bouw van eenig lichaam. Weinig in gebruik.
De organisatie der dieren bestudeeren.   poëem WNT
+2.  Bij uitbreiding met betrekking tot andere zaken.
Samenst. In de bet. 2). Legerorganisatie, partijorganisatie enz. (zie die woorden of het eerste lid); verg. ook reorganisatie. — Verder: Arbeidersorganisatie, gildenorganisatie (”Slechts voor enkele bedrijven … werden grootere gildenorganisatiën dan voor ééne stad toegelaten”, QUACK, Soc. 1, 78), enz.

Aanvulling bij ORGANISATIE

Samenst. Organisatiebureau, bureau belast met de organisatie van iets.
Op de departementen komen organisatie- en efficiency-bureaus,   O.K.W. Med. 28, 167 a [1964].
Organisatiecomité, comité belast met de organisatie van een evenement.
Het organisatiecomité heeft berekend, dat het tekort van het congres in Amsterdam ƒ 12 750 zal bedragen,   O.K.W. Med. 27, 102 b [1963].
Organisatiedeskundige, deskundige inzake het organiseeren.
  V. DALE [1976].
— Onze weg voert … tussen het Scylla der organisatiedeskundigen en het Charybdis der theoretici naar een sociologie van het organiseren,   V. DOORN in Soc. Leven 617 [1956].
Men roept alom om organisatiedeskundigen en efficiency, men zoekt door adviezen van vakmensen instellingen, die geen vat meer hebben op hun leden, tot activiteit, tot nieuw leven te brengen,   O.K.W. Med. 26, 537 c [1962].
Organisatieleer, leer, wetenschap van het organiseeren.
  V. DALE [1976].
— Wij trachten het organisatieverschijnsel, zoals het in het algemeen in de organisatieleer wordt verstaan, in sociologische termen te brengen,   V. DOORN in Soc. Leven 617 [1956].
Bij onderscheidene beschikkingen van de minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen is … opdracht verleend aan: … dr. A. Wattel, om gedurende het tijdvak van 1 september 1962 tot en met 31 augustus 1963 in de afdeling der algemene wetenschappen aan de technische hogeschool te Eindhoven onderwijs te geven in de organisatieleer,   O.K.W. Med. 26, 370 b [1962].
Organisatieleven, leven, maatschappelijk verkeer in organisaties.
In de latere oorlogsjaren werd het beleggen van clandestiene culturele bijeenkomsten een vaste gewoonte, die kort na de bezetting kon verdwijnen, omdat het organisatieleven zijn vooroorlogse vormen hervond,   Onderdr. en Verzet 2, 581 [1950].
In de wetenschappen en in de praktijk van het leven, in het beroeps- en organisatieleven, nationaal en internationaal, zelfs op godsdienstig en kerkelijk gebied vertoont zich het streven om de menselijke persoon met zijn eigenheid, individuele mogelijkheden en op hem rustende verantwoordelijkheid centraal te stellen,   O.K.W. Med. 27, 215 b [1963].
Organisatieschema, schema volgens hetwelk iets is georganiseerd.
  V. DALE [1976].
— Dit houdt tevens in, dat, hoe nauwer de te volgen methode is omschreven en hoe definitiever de middelen zijn geselecteerd, het organisatieschema des te duidelijker dient vast te staan, vice versa,   SLIKBOER, Bedrijfsorg. 29 [1946].
Teneinde een juiste werkverdeling te verzekeren, is de dienst verdeeld in een aantal directiën en afdelingen, welke in het hierbij opgenomen organisatieschema zijn vermeld,   Deltawerken 1, 13 [1957].
Organisatietalent, talent om te organiseeren.
  V. DALE [1950 ].
— De gehele cultuurkring van Iran tot het Iberisch schiereiland (was) door Romeins militarisme, veroveringszucht en juridisch organisatietalent tot een hechte eenheid samen gevoegd,   Scientia 2, 75 [1938].
Vereisten: doctoraal examen archeologie of aanverwante studierichting, bij voorkeur met doctorsgraad; praktische archeologische ervaring; organisatietalent,   O.K.W. Med. 28, 73 c [1964].
Organisatievermogen, vermogen tot organiseeren.
  V. DALE [1976].
— Het organisatievermogen van de ondernemer in het bouwbedrijf wordt bepaald door de wijze waarop hij kapitaal, arbeidskrachten, materialen en hulpmiddelen weet te gebruiken,   Bouwk. Encyclop. 1, 38 [1954].
Organisatievorm, vorm van organisatie; wijze van organiseeren.
  V. DALE [1976].
— De tijden werden rijp voor een algemeener leuze en een meer demokratischen organisatie-vorm,   H. ROL. HOLST, Held en Sch. 14 [1920].
Armand ziet … als de belangrijkste opgave, om in een dergelijke ingewikkelde maatschappij de organisatievormen en structuren toch zó flexibel en open te houden, dat zij in de steeds veranderende behoeften kunnen blijven voorzien,   O.K.W. Med. 28, 92 a [1964].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1906.