Koppelingen:
Vorig artikel: OVERSTUIKEN Volgend artikel: OVERSTULPEN

OVERSTUIVEN

Woordsoort: ww.(intr.,trans.,st.)

Modern lemma: overstuiven

onz. en bedr. st. ww. Uit Over en Stuiven.
+I.  Over in de bet. 15); met den klemt. op 't ww. en onscheidbaar. — A) Bedr. Stuivende overdekken. — 1) Eigenlijk. Met betrekking tot zaken die licht stuiven. Over de geheele oppervlakte bestuiven, onder eene laag van het gestovene bedekken.
+II.  Over in de bet. 19); met den klemt. op Over en scheidbaar. Onz. Over iets heen stuiven; in verschillende opvattingen. Meestal met eene bep. in den 4den nv.
+III.  Over in de bet. 21); met den klemt. op Over en scheidbaar. Onz.
Afl. Overstuiving, 1°. in de bet. I) (”Overstuiving, afspoeling, buitendykinge van eenige Landen”, Gr. Placaetb. 9, 1120 a [1794]; ”Om de bebouwde gronden tegen overstuiving te vrijwaren”, STARING, Bodem v. Ned. 1, 425; ”Ten ware (het land) …, binnen vijf jaren na de overstuiving, door eene afheining … zij afgescheiden”, B. W., a. 650); 2°. in de bet. III) (”Dat de Zandduinen aan onze Kusten, door overloop der Zeevloeden, of door overstuiving van 't Zand gebooren zyn”, BERKHEY, N.H. 2, 42 [1769]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1910.