Koppelingen:
Vorig artikel: OVERTREK I Volgend artikel: OVERTREKKEN

OVERTREKII

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: overtrek

(klemt. op Over), znw. m., mv. -ken. Uit Over, 37) en Trek.
In het kaartspel. Zoodanige trek als men maakt boven die, welke men noodig had om het spel te winnen.
In sommige landen laat men de overtrekken voor de volgende partij tellen,   V. LENNEP, Whistspel, 21.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1910.