Koppelingen:
Vorig artikel: PALLOOK Volgend artikel: PALM II
Etymologie: EWA, EWN
GTB Woordenboeken: MNW

PALMI

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: palm

znw. vr., mv. -en. Mnl. palme. Uit lat. palma of ofr. palme (fr. paume), vlakke hand. Evenzoo in andere talen.
+1.  Het gedeelte van de hand tusschen pols en vingers, inzonderheid de binnenvlakte van de hand. Eertijds ook wel in ruimeren zin: hand.
De palm oft vlack van der handt … vola,   PLANT. [1573].
— Wanneer van buyten yet in d'Oore gecomen is, als Erweten enz. …, sal (men) der … met de Palme op slaen,   BATTUS, Handb. d. Chirurg. 173 [1595].
De beyde palmen sijner handen (lagen) afgehouwen, aen den dorpel,   Statenb., 1 Sam. 5, 4 [ed. 1688].
Dat ick my beweeghde op mijne knijen, ende de palmen mijner handen,   Statenb., Dan. 10, 10 [ed. 1688].
Om uit de linien der palme van de hant Geluck of ongeluck met kennis t' overleggen,   VONDEL 10, 520 [1667].
Der ketenen prang weêrhield hare tedere palmen,   RAU, Enéis 1, 72.
Het voorhoofd in de palm der regterhand geleund,   POTGIETER 1, 138 [1844].
Hij … schoffelde de wegelingen … tot er blazen op zijne palmen kwamen,   LOVELING, Idon. 53 [1891].
Den anderen (arm) heeft-ie kunstig naar achter gebogen, met de palm van zijn hand naar buiten en de hare er in (bij het dansen),   FALKLAND 1, 119 [1896].
+2.  Als lengtemaat.
+3.  Soms ook in toepassing op het omspannen van iets met de hand.
Mijne rechterhant heeft de hemelen met de palme afgemeten,   Statenb., Jes. 48, 13 [ed. 1688].
Afl. Palmen (zie dat woord).
Samenst. Palmbeweging, in de gymnastiek.
De bewegingen van den arm kunnen, in zekere gevallen, haren naam aan de houding ontleenen: b.v. palmbeweging, waarbij de arm, in welke richtingen hij ook weze in palmhouding blijft,   CUPÉRUS, Turnvakt. 182.
Palmbreed, de breedte van eene handpalm.
De uytstekende balcksteenen … staken een palmbreet buyten de muer,   Statenb., 1 Kon. 7, kantt. 24 [ed. 1688].
Palmgreep, greep met de hand; ook als term in de gymnastiek.
Net zoo als elke greep feitelijk altijd een palmgreep is, zoo is zij ook altijd een bovengreep. Men zou dus juistheidshalve moeten zeggen achter- en voorgreep, doch dan verkrijgt men eene tegenstrijdigheid, want hetgeen achtergreep in hang is, wordt voorgreep in steun en omgekeerd,   CUPÉRUS, Turnvakt. 210.
Palmhouding, in de gymnastiek.
Palmhouding … De handpalm zich voorwaarts bevindende wanneer de armen afwaarts gestrekt zijn,   CUPÉRUS, Turnvakt. 182.
Palmmaat, de maat van eene palm.
Palme, palm-maete. Palmus, mensura digitorum quatuor,   KIL.
Zie een ander woord palmmate bij PALMAAT.
Palmslag (zie dat woord).
Palmspier, spier van de handpalm.
Palmstok, plak, waarmede de schoolmeester de kinderen op de handpalm sloeg als straf.
De meester pakte zijn palmestok, Hij sloeg ze mi Ansje op zijn kop,   LOOTENS en FEYS, Chants pop. 265 [1879].
— Als tweede lid. Handpalm (zie ald.); verder: manspalm (”Dat alle de dienstpeerden sullen moeten wesen hooch 15 groote mans palmen”, DUYCK, Journ. 2, 208 [1597])
voetpalm (”Ook het detail der bloote voeten, die met de voetpalmen naar den toeschouwer heen gekeerd liggen, is treffend”, V. DEYSSEL 9, 107).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1913.