Koppelingen:
Vorig artikel: PEDDEL Volgend artikel: PEDDIK
Etymologie: EWN

PEDDELAAR

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: peddelaar

znw. m., mv. -s.
Een in den jongsten tijd in gebruik gekomen vernederlandsching van eng. pedaller, pedaler, wielrijder, van eng. to pedal, de trappers van een rijwiel in beweging brengen; verg. Pedaal, 1, b, β).
Vraagt het aan de duizenden die we tot reisgezelschap hadden: hun getuigenis is machtiger dan dat van één peddelaar, die geen woorden kon vinden om de gelukkige keuze van het doel zijner reis naar behooren te prijzen!   De Kampioen v. 27 April 1910, 1 b.
—  Vandaar spreekt men soms ook van peddelen voor: wielrijden.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1918.