Koppelingen:
Vorig artikel: PELLE Volgend artikel: PELLEN II
GTB Woordenboeken: MNW

PELLENI

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: pellen

znw. onz., mv. -s. Mnl. pellen, m. en onz., uit pellel, waarvan ook peller (zie PELDER (II))). Van lat. palliolum, naast pallium, in den zin van: staatsiekleed en kostbaar weefsel. In 't Mnl. is pellen de benaming voor bepaalde kostbare stoffen en voor de daarvan gemaakte gewaden, kleeden enz. In de latere taal bleef het woord nog slechts in enkele opvattingen in gebruik. Naast pellen vindt men reeds in de ME. pelle, evenzoo mnd. pelle, mhd. pfelle, pfell, m., die veeleer op mnl., mnd. pellel, mhd. pfellel teruggaan (het verdwijnen van de l is een dissimulatieverschijnsel) dan op lat. pallium.
+1.  Als benaming eener stof.
2.  Kleed dat in eene processie als hemel boven het heiligdom of boven de hooge geestelijken gedragen wordt. Ook in het Mnl. Thans ongewoon.
Vóór het heiligdom, dat in een zilveren kast was besloten, over welke men een kostbaar pellen of verhemelte hield, werden … wassen toortsen gedragen,   SLEECKX 2, 299 [1843].
3.  Baarkleed, doodkleed. Evenzoo in het Mnl. Later meestal in den verkorten vorm pel (zie bij PEL (III))). Soms ook pellem, dat evenals pellen eene vervorming is van pellel. Verg. ook PELDER (II).
Den aermen ende capellaen XX gr.; tpellem vi gr.,   DE POTTER en BROECKAERT, Assenede 157 [1615].
Den grafmaecker xii gr.; tpellem ghelyke xii gr.,   158.
Afl. Gepeld, peld, goudpeld enz. (zie bij PEL (IV))).
Aanm. Of ook in de volgende aanhaling gepeld eene afleiding is van pel, pellen, blijkt niet.
Loovijs de ellefste … heeft eerst opghestelt Die Francsche Oorden …: En ordonneerde voor een teecken, om te draghen int velt Eenen gouden halsbant, met gevlochten schelpen ghetelt D'een en d'ander, in dobbel vlechten delicaet, Op ketenkens van gauden maeilgen, als visschen ghepelt Met een gauden teecken, daer S. Michiel in staet,   V. VAERNEWIJCK, Vl. Audtvr. 171 [1562].
Samenst. Pellendoek, hetzelfde als pellen, 1, b) (”1 Pijp Hollandts Lindewaet — j rijcxd. 12 stuck Hollandts of Slesies Doeck — — j rijcxd. 100 ellen Pelle-doeck — j. rijcxd”, Gr. Placaetb. 1, 2564 [1645])
pellengoed, evenzoo (”De verschillende patronen van pellengoed”; ”Pellegoed. Hierdoor verstaat men … tafellakens, servetten, handdwalen en handdoeken, of ook wel die soort van linnen, waarvan dezelve vervaardigd worden”, HOEUFFT, Bred. T. 459)
pellenwever: die pellen weeft (”Daniel van Gendt Pellewever gevangen tot Heusden,” MARCUS, Sentent. 320; ”De Verhuysingh van den Delfschen pelle-wever, Titel v. een schimpdicht in plano (a°. 1650); ”Pellenwèver, linnenwever,” GALLÉE); enz. Verder: Pellenvogel (zie ald.).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1919.