Koppelingen:
Vorig artikel: PELLER Volgend artikel: PELLERIJN II
GTB Woordenboeken: MNW

PELLERIJNI

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: pellorijn, pellerijn

znw. onz., mv. -en. Mnl. pellorijn, pillorijn, pellerijn. Van ofr. pellorin, pilorin; van mlat. pellerinum, naast mlat. pillorium, pellorium, pelloricum enz., waarvan ofr. pellori, pilori, fr. pilori, eng. pillory. Het woord komt bij ons inzonderheid in Vlaanderen en Brabant voor (elders spreekt men van kaak en schandpaal), in verschillende vormen: pellerijn, pelderijn, pellorijn, pilorijn enz., ook in den in lateren tijd uit het fr. ontleenden vorm pilori. De oorsprong van de benaming is niet met zekerheid bekend. Samenhang met lat. pîla en pîlâre, pilaar, is wegens de vormen met pill- en pell- onwaarschijnlijk. Daarentegen wijzen mlat. spilorium, gasconsch espilori en provençaalsch espitlori, naast ofr. pilori, op verwantschap met catalaansch espitllera, klein venster, kijkgat, dat bij lat. specularium kan behooren. Wellicht is dus de benaming ontleend aan het gat waardoor de te pronk gestelde misdadiger het hoofd moest steken.
+ Zeker strafwerktuig bij de oude rechtspleging. Een houten gestel, bestaande uit twee beweegbare stukken, welke te zamen gevoegd gaten openlieten, waardoor het hoofd en de handen van den misdadiger heenkwamen, die op deze wijze op een pilaar of voetstuk te pronk gesteld en aan de spot en beleediging van het volk werd prijsgegeven; ook in anderen vorm: een schandpaal of stang aan den muur waaraan de gestrafte persoon met ringen om hals en polsen of voeten werd vastgemaakt. Bij uitbreiding wordt ook de pilaar of het steenen voetstuk waarop de tepronkstelling plaats heeft pellerijn genoemd.
Pelerijne. j. pellarijn, schauot,   KIL.
Pellarijn. j. pilorijn. Numellae versatiles,   Ald.
— Op peyne van ghestelt te zyne op t'Pelleryn den tydt van vier uren,   Vl. Placcaertb. 1, 12 [1532].
(De schuldige is) ghewesen te staen op tPiloryn, met syne tittelen up syne borst …, ende voorts ghegheesselt te werdene met scerpen roeden,   in Auden. Mengel. 3, 274 [1547].
In Vlaenderen useert men wel 6 oft 7 manieren van Criminele capitale punitien, d'eerste ende meeste is, lyf ende goedt, de andere enz. …, de vijfde is eeuwigen ban, met confiscatie van goede; de sesde, installatie ende pelloryn, ten eynde dat den malfacteur by sulcke vertooginge ende exhibitie, immers uyt schaemte tot hem selven komen, ende beteren mach,   DE DAMHOUDER, Pract. Crim. 75 [ed. 1660].
Onder tzelve Vleeschuus ende pelorijn,   bij DE POTTER, Gent 2, 390 [1560].
Het recht van te stellen eenen balliu …, alsmede het stellen van een pelderyn op den Driesch,   DE POTTER en BROECKAERT, Oostwinkel 9.
De gene die hun vervoorderen te kappen opgaende Boomen … zullen voor de eerste reyse ten toone gestelt ende gebonden worden aan het Pilorye ofte aen eenen Staeck,   Vl. Placcaertb. 5, 1051 [1744].
Het Galgenhuizeke … verduikt het schoongewrochte pellerijn, dat ons de middeleeuwsche strafuitvoering in het geheugen roept,   DE POTTER, Gent 2, 389.
Er staan nog hier en daar in Vlaanderen oude pelderijnen, b.v. … het pelderijn op de markt te Iseghem,   DE BO [1873].
Afl. Pelloriseeren (ofr. piloriser), aan de kaak stellen (”Zo wie … eeneghe woorden useert of vergaderynghe … maect daer beroerte af zoude moghen commen, dien zal men pelloriseren ende de tonghe duersteken ende bannen … uut Vlaendren van muetoryen,” SCHAYES, Dagb. Gentsche Coll. 464 (a°. 1468); zie ook DE BO 745 b [1873]); vanwaar: pellorisatie, pillorisatie (”Up achterhaelt ende ghepugniert te werdene van valscheden, by pillorisacie ende anderssins,” Cost. v. Gent 2, 202 [16de e.];.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1919.