Koppelingen:
Vorig artikel: PLANMAKER Volgend artikel: PLANNEN

PLANMATIG

Woordsoort: bnw., bw.

Modern lemma: planmatig

bnw. en bijw. Uit Plan, I) en Matig; in navolging van hd. planmäszig.
A.  Bnw. — In overeenstemming zijnde met een bepaald plan, naar een vast en stelselmatig plan ingericht.
Toen griefde 't den Prins in het hart, dat hij van dat hoog gezag verstoken bleef dat zoo noodig was om alles met kracht te bezielen en tot een planmatigen wederstand te vereenigen,   BILD., Gesch. d. Vad. 7, 72.
De wijsheid en het planmatige der Goddelijke beschikkingen,   CLARISSE, Nag. Red. 46.
B. vindt de redevoering bij Mattheus te planmatig en zamenhangend, om oorspronkelijk te zijn,   V. OOSTERZEE, Lev. v. Jez. 2, 255.
Ik geloove wél te zullen doen, zoo ik hier het planmatige aan eene nuttige verscheidenheid opoffer,   BORGER, Leerr. 1, 359.
B.  Bijw. — Volgens een bepaald plan.
Zutphen werd gemakkelijk genomen … en alweder planmatig uitgemoord,   FRUIN, Geschr. 2, 232 [1895].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1927.