Koppelingen:
Vorig artikel: PLUKHAREN Volgend artikel: PLUKKER
Afbeeldingen: Dodoens1554
Etymologie: EWN, EWA
GTB Woordenboeken: MNW

PLUKKEN

Woordsoort: ww.(trans.,intr.,zw.)

Modern lemma: plukken

bedr. en onz. zw. ww. Mnl. plucken, mnd. plucken; mhd. phlücken, nhd. pflücken; meng. plicchen. Ogerm. *plukkan is een vorming naast *plokkôn (waaraan plokken beantwoordt; zie, ook voor de verdere etymologie, dat woord).
+A.  Bedr. — I) Van planten of haar onderdeelen: ze af- of uitrukken: tevens ze verzamelen of oogsten.
+B.  Onz. — I) In verbinding met een voorzetselbepaling, gewoonlijk met aan, soms met in of van.
Afl. Beplukken, ongeplukt, ontplukken, plukker, plukking, pluksel; zie die woorden. Verder: plukbaar (CORN.-VERVL.; JOOS [1900-1904])
plukkeling, 1°. hetgeen is (af)geplukt, pluksel (KIL.); 2°. geplozen linnen (DE BO [1873])
plukster (”De Pluksters zijn in den Bogaerd”, MARIN; ”Een … plukster verdiende 60 cts per dag”, V. D. WEIJDE, Meekrapcult. 11).
Koppel. Haarplukken, kaalplukken, ledigplukken; zie die woorden of het eerste lid. Verder o.a.: Dekenplukken (”Bij volwassenen zijn twee bewegingsstoornissen het meest bekend, n.l. het peeshuppelen en het dekenplukken”, STUMPFF, Ziekenverpl. 222); van haarplukken de afl. haarkepluk in de uitdrukking haarkepluk doen, volgens STOETT³ 713 (in de dialect-wdbb. niet aangetroffen) in Vl. België voor: elkander in het haar zitten
heideplukken (”Terwijl de meest behoeftigen (in den wintertijd) een daggeld zoeken in heideplukken en steenkloppen”, Onderz. Landb. 1886, 15, 2 [1890])
hopplukken (”Het hopplukken is … een alles behalve opwekkende arbeid”, DE MONT en DE COCK, Vl. Vert. III [1898]).
Samenst. afl. Als eerste lid. Plukharen; zie ald. Verder een enkele maal, naar het voorbeeld van plukharen gevormd: plukvederen, eig.: aan elkaars veeren trekken; vandaar: vechten.
De duiven, welker vrijtaal korren is, siet gij 't een ogenblik pluk vederen, 't ander, trekbekken,   VALENTIJN, Ovid. 1, 200.
Als tweede lid. Klapperplukker, perenplukker; zie die woorden op het eerste lid. Verder o.a.: appelplukker (MARIN)
boerenplukker (”Met den vermaerden dief, den boere-plukker Loen, Die ook wel menschen stroopt”, V. DAELE, Tydv. 7, 7 [1806])
hopplukker (”Hopplukkers, mannen en vrouwen … die … in de tweede helft van September en de eerste dagen van October … naar de dorpen van Payottenland verhuizen”, DE MONT en DE COCK, Vl. Vert. II [1898])
rozenplukster (”De beurtzangen der tuinierstertjes en roozenplukstertjes”, BERKHEY, Eerb. Proefk. 130).
Samenst. Als tweede lid. Afplukken, inplukken, omplukken, opplukken, uitplukken; zie die woorden. Verder o.a.: nieuwgeplukt (”Nieu-gepluckte blomen”, CATS 1, 299 b [1625]; ”Maer hoe werd u weer' te moede Met de niewgepluckte roede Die den Hemel op u sleet, Doe ghy enz.”, HUYGENS 1, 452 b [1623])
wegplukken (”Ze … plukte wat roode draadjes weg van het tafelkleed”, FALKLAND 1, 201 [1896]).
Als eerste lid. Plukgeld, Plukhaak, Plukpenning; zie die woorden. Verder:
Plukbak.
Plukbak, houten bak, … waarin de geplukte bellen verzameld worden,   J. LINDEMANS e.a., Hopteelt 109.
Plukbank.
Plukbank, bank waarop de plukkers gezeten zijn terwijl zij plukken binnen eene schuur of eene andere plaats,   J. LINDEMANS e.a., Hopteelt 109.
Plukberk, jonge berk?
De lage, veenachtige plekken tusschen plukberk, erica en vliegdennetjes staan een paar voeten onder water,   WIGMAN, in Telegraaf v. 8 Febr. 1931.
Plukkebeurs, imperatiefcompositum. Zie ook een voorbeeld van plokkebeurs onder PLOKKEN.
Eene wyze van denken, eer passende aan een' Plukkebeurs, dan aan een Voorspraak in de Vierschaar,   Denker 6, 61 [1769].
Plukblaas, blaar die men op den vinger krijgt door het plukken (J. LINDEMANS e.a., Hopteelt 109).
Hij zit met de plukblaas, wordt gezegd van iemand die lui is bij 't plukken, die een voorwendsel zoekt om niet te plukken (te Opwijk),   a. w.
Plukblad; zie voor de beteekenis de eerste aanhaling.
Van groot belang is 't voor de sigaren-fabricage of het Sumatra-dek op de gewone wijze geoogst is of dat … de bladeren … geplukt zijn. Dergelijke tabak noemt men plukblad,   BERTRAM, Sigarenfabr. 70.
De vraag naar bepaalde soorten voor bepaalde doeleinden houdt de tabaksbalans in evenwicht. Want wie zandblad noodig heeft, koopt geen plukblad, wie Java voor kerf behoeft, stelt aan de door hem te koopen soorten bepaalde eischen,   in N. Rott. Cour. v. 31 Oct. 1923.
Hierbij de samenstelling plukbladpartij.
De mooiste plukblad partij aan de markt waren wel de 443 pakken Deli Mij./PB/2,   in N. Rott. Cour. v. 19 Mei 1922.
Plukden, naam voor den eenjarigen groven den (V. DALE); soms ook voor een tweejarigen (zie de aanteekening van BOEKENOOGEN).
Bij den aanleg tot bosch wordt in het voorjaar ong. 5 K.G. (zaad) per H.A. breedwerpig uitgezaaid. Het zaad wordt bedekt door het zand uit greppels of kuilen. Meestal moet de grond vooraf worden bewerkt eer wordt overgegaan tot planten. Men gebruikt 1 jar. z.g. plukdennen of 2-jar. verspeende dennen,   Oosthoek's Encyclop. 6, 270 a.
Werden gepoot in het Soerensche bosch 27.000 kluitdennen, 35.000 een- en tweejarige plukdennen,   volgens opgave van BOEKENOOGEN.
Plukfeest, feest onder de plukkers ter gelegenheid van het einde van het plukken, o.a. ook hopfooi geheeten (J. LINDEMANS e.a., Hopteelt 64).
Plukgerechtigd. Het eerste lid is mogelijk ook nominaal. Zie verder bij Plukrecht, hierbeneden.
Welk recht (t.w. het plukrecht) aan den plukgerechtigde het … recht van herbeplanting, van bijplant met koffieboomen, gaf,   Stbl. v. N.-I. 70, blz. 145 [1932].
Plukgraan; zie ook Dl. V, 519. In de aanhalingen hierachter bepaaldelijk met de bet.: graan dat door plukken wordt geoogst, zooals boonen en erwten.
Pluck-graen. Legumen,   KIL. [1574].
Plukgraan. V. Peulvrugt,   GIRON.
— De lantluyden … vergaderen … het loof ende overblijfsel van … pluckgraen ende Coren: ende geven dat de … beesten tot voederinge,   DODON. 943 b [ed. 1608].
Sy ghebruycken tot landtwinninge alleenlijck Terwe, Rogge, Havere, Spelte ende Gerste: maer en hebben van Pluckgraen niet van grooter weerden, dan Boonen, Erweten, ende wat Vitsen,   KILIAAN, Guicciard. 7 b.
Plukhand, zeer ongewoon, voor: plukkende, ontledende hand.
Hier begint men de plukhandt van de waerheyt ghewaer te worden,   GEULINCX, Hooftd. 93.
Plukhaver.
Plukhaver, haver waar klaver of eenig ander gewas in staat, dat men sparen moet al wieden. Men moet er dus 't onkruid als 't ware een voor een uittrekken, of anders gezeid het wieden wordt er plukken,   Volk en Taal 2, 220  (in Z.-Vlaanderen).
Karl heeft een geheel vierendeel plukhaver staan,   Ald.
Plukhof, eigenl. tuin, hof waarin men (bloemen) kan plukken; bij V. LENNEP en TER GOUW (Uithangt. 2, 397) genoemd als naam van een buitenplaats.
Plukjak, afgedragen jak dat men draagt bij het plukken van hop (J. LINDEMANS e.a., Hopteelt 109).
Plukkorf; gelijkbet. met Plukmand.
Plukladder, ladder gebezigd voor het plukken van ooft.
Dubbele plukladders,   V. DALE.
Plukloon (PRICK V. WELY, Hulp-Wdb.).
Pluk-loon van koffij. Uit een besluit van dezen datum (23 Januari 1811) blijkt, dat dit loon bedroeg 1/3 van enz.,   in N.-I. Plakaatb. 16, 544 [1897].
Het naar verhouding hooge plukloon, dat voor het oogsten dezer aardbei moet worden betaald,   Versl. Landb. 1910, 4, XLI.
Plukmand, mand waarin geplukte vruchten verzameld worden (WEIL; J. LINDEMANS e.a., Hopteelt 111).
Plukmethode.
Dit is … een zeer fijne plukmethode en geeft dan ook een zeer superieure kwaliteit van thee,   DEUSS, Theecultuur (Onze Kolon. Landb. VI), blz. 53.
Plukmouwen, voetlooze kousen die men over de mouwen trekt bij 't plukken (J. LINDEMANS e.a., Hopteelt 111).
Pluknagel, soort van vingerhoed die men aan den duim steekt om gemakkelijker de bellen af te knippen (J. LINDEMANS e.a., Hopteelt 111; zie ook DE MONT en DE COCK, Vl. Vert. III [1898]).
Plukoogst, term in den Oostindischen tabaksbouw.
Bij het oogsten past men blad- of plukoogst toe; het geschiedt zooveel mogelijk des morgens vroeg, waarbij alles wat langer is dan 6 duim wordt meegenomen. … Het plukken gaat geleidelijk voort naar gelang de opvolgende bladeren den meest gewenschten graad van rijpheid bereikt hebben,   V. BIJLERT, in V. GORKOM'S O.-I. Cult.² 3, 58.
Men (kon) destijds … het zoogenaamde snijsysteem toepassen, waarbij de plant in haar geheel afgesneden en in de droogschuur opgehangen werd. … Sedert is men hiervan teruggekomen en vindt men tegenwoordig uitsluitend den blad- of plukoogst in gebruik,   3, 111.
Plukpartij, vechtpartij.
Zo dat hy niet lang toefde, maar Terstond een plukpartydje waagde,   Boere-Krakeel 70.
Plukplunje, afgedragen kleeren die men aanheeft bij het plukken der hop (J. LINDEMANS e.a., Hopteelt 111).
Plukrecht, een aan de cultuurdienstplichtigen in O.-Indië toekomend beschikkingsrecht over den grond, waarop tot ± 1893 gouvernementskoffieaanplantingen stonden, welk recht ook na de opheffing van de verplichte koffiecultuur bleef bestaan (Bijbl. Stbl. v. N.-I. 70, blz. 144 (a°. 1932))).
In de gewesten of gedeelten van gewesten op Java, waar de Gouvernementskoffie-cultuur en de verplichte levering van koffie aan den Lande zijn opgeheven, blijft, ook na die opheffing, aan de voormalige cultuurdienstplichtigen verzekerd het onder den naam plukrecht bekend zakelijk recht op de door hen op hoog gezag met koffie beplante domeingronden,   Stbl. v. N.-I. 1910, n°. 163, blz. 1.
Het plukrecht eindigt van rechtswege zoodra … is geconstateerd: a. dat de koffieaanplantingen … te niet zijn gegaan … of waardeloos zijn geworden; b. dat de houder enz.,   Ald.
Pluksalade, Pluksla, veldsla.
Middelburg, 5 Mei. Op de veiling werden de volgende prijzen besteed: … zuring 3-39 c., kropsla 99-174 c. …, pluksla 69 c., raapstelen 36-45 c. …, alles per mandje,   Marktbericht [1924].
Pluktijd (plukkenstijd), tijd waarin de gewassen en vruchten (soms ook: waarin bepaalde gewassen of vruchten) rijp zijn en geplukt moeten worden. Het woord wordt b.v. ook gebezigd met betrekking tot vlas. 1°. Eigenlijk.
Als zynde de meeste pluktyd (van de koffieboonen) alsdan (t.w. in Juli) voorby,   N.-I. Plakaatb. 14, 262 [1806].
Voor de pluktyd begint,   N.-I. Plakaatb. 14, 285 [1806].
Zal nu die kostelijke plant (t.w. de hop) geoogst worden, m.a.w. is de ”pluktijd” — want zóó noemt men het — aangebroken, dan zijn er op al onze dorpen geen handen genoeg, om … de miljoenen en miljarden geurige ”bellen” van de ruwe, weerbarstige ranken te ”plukken”,   DE MONT en DE COCK, Vl. Vert. II [1898].
Pluktijd (t.w. van de Goudreinette) in Oct.,   Versl. Landb. 1918, 1, 95.
2°. In fig. verband.
Als sy (een meisje van zeven jaar) noch seven jaer besluyt, Dan schiet de jeugt haer botten uyt, Soo 't noch eens seven jaren lijt, Het roosjen wort dan pluckenstijt,   CATS 1, 277 c [1625].
Door mijne zending alhier is wel iets gepraesteerd (t.w. in het belang van de toenadering tusschen Vlaanderen en Nederland) … De vruchten rijpen goed, maar de pluktijd dient geduldig afgewacht,   FALCK, Br. 405.
Plukvest, boerenvest (vest met mouwen) dat men aanheeft bij het plukken der hop (J. LINDEMANS e.a., Hopteelt 111).
Plukvet (verg. gelijkbet. nd. plück-fett (RICHEY))), vet dat van de darmen en ingewanden van een geslacht dier afgetrokken wordt; darmvet.
Zoo om de drie of vier weken hebben we 's winters weer een paar varkens vet, … en dan krijgen we ook weer bloedbrood, braadworst, schröampkes van 't plukvet, pooten en ooren en zulk afval,   HEUVEL, Boerenlev. 436 [1927].
Plukvinken (mv.), benaming voor een gerecht van gehakt vleesch, thans in onbruik. Verg. nd. plückfincken, plückte fincken (RICHEY); plukkede finken (Brem. Ns. Wtb. 3, 343).
Plucke-vincken, plocke-vincken pluckede-vincken. Sax. Fris. Holl. Minutal,   KIL. [1599].
Plukvinken. zie Haksel,   MARIN
 (Haksel. De long en lever en het hart fyn gehakt, en gestooft).
Plukvogel, 1°. tafelschuimer, klaplooper. De omschrijving bij PLANT. [1573] is waarschijnlijk te vaag.
Pluckvogel. Qui est en opprobre à tous. Ignominiosus,   PLANT. [1573].
Pluck-voghel. Fris. Parasitus, alienis inhians patinis: infamis propter rapacitatem, et impudentiam,   KIL.
Plukvogel, tafelvriend,   HALMA.
— Den geklackten Advocaet of bescimpten Pluckvogel. Kluchte in 't Musieck,   Titel [1695].
2°. Als onderdeel van een titel; de reden der benaming blijkt uit de tweede aanhaling.
Den Eerelycken Pluck-Voghel, gepluckt in diversche Pluymkens van Minne-Liedekens, ende andere Vrolyckheden. Uyt-gebroeyt door Joncker Livinus vander Minnen,   Titel.
Ick hebb' dit nieuw Papiere-Kindt, Pluckvogel willen noemen Om dat den vader die 't bemint Hem niet en soud' beroemen Van al dat in 't Boecksken staet Al oft sijn Pluymen waren Maer dat hy valschen schyn verlaet … 'k Heb hier en daer wat uytgeruckt, … 'k Hebb' hier en daer een Pluym gepluckt, Uyt ander Vogels veiren,   Eerel. Pluckv. 10 a.
Plukvrucht, 1°. Vrucht die men door prukken oogst, hetzij boomvrucht, hetzij peulvrucht (MARIN). In het laatste geval is het mv. dus gelijkbet. met plukgraan.
Plukvruchten, fruits growing on trees, such as apples, pears, peaches,   SEWEL.
De Haeuwe, Peule (int Latijn Siliqua …) is een lanckworpich ouertrecksel, in de welcke de greynen van de pluckvruchten van de Latijnen legumina genaemt, oft de saden van de cruyden besloten zijn,   DODON. 7 b [ed. 1608].
Dit ghewas groeyt in de velden ende ackers, wel meest tusschen de pluckvruchten oft Haeuwcruyden, maer oock dickwijls bij het Vlas, Kemp ende Fenigrieck,   958 a.
2°. Vrucht die klaar is om geplukt te worden, rijpe vrucht (V. DALE); ook: vrucht, die geplukt, niet geschud moet worden (BOMHOFF).
Plukvrugt, vrugt om te plukken, fruit bon à cueillir,   HALMA.
Plukweit, in Drente: boekweit, die geplukt wordt, omdat zij te klein is om gezicht te worden (ook Drenthsche Volksalm. 1846, 264).
Dikwijls is de boekweit te hol opgekomen of het land te golvend en bulterig, ook soms het gewas te kort van stam, om behoorlijk te kunnen worden afgemaaid; ze wordt dan plukweit genoemd, en met de hand uitgeplukt,   STEMFOORT, Veengr. 116.
Plukwijze.
Hierbij (t.w. bij het plukken van thee) kan men … onderscheiden de volgende vier plukwijzen,   DEUSS, Theecultuur (Onze Kolon. Landb. VI), blz. 52.
Plukwol, gelijkbet. met plootwol.
Plukwol, (bij de zeemb.), pelis,   V. MOOCK.
Plukwol, afval van huiden,   V. DALE.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1932.